Eerste steenuileneieren van het jaar: 'Zo vroeg nog nooit meegemaakt'
Opvallend vroeg in het seizoen zijn in Boxmeer de eerste steenuileneieren van dit jaar gevonden. Vogelkenner Huub Thoonen van de Vogelwerkgroep Boxmeer deed de ontdekking op vrijdag 18 maart samen met Tiny de Man uit Mill. "Ik heb 18 maart nog nooit meegemaakt. Wel eens eind maart, maar zo vroeg nog nooit."
Normaal gesproken leggen steenuilen hun eerste eieren pas eind maart of zelfs begin april. Dat maakt deze vondst bijzonder. In het radioprogramma Vroege Vogels werd in 2021 nog gesproken van een record toen op 25 maart een eerste ei werd gevonden. Dat record is nu dus aangescherpt.
Volgens Huub is de vroege eierlegging goed te verklaren. "Dat komt door het mooie weer en door de muizenstand." Door de relatief hoge temperaturen en een groot aanbod aan voedsel lijken de omstandigheden ideaal.
"Normaal zijn er pas begin april eieren."
Waar de eieren precies zijn gevonden, houdt Huub bewust geheim. "In Boxmeer. Waar precies wil ik niet zeggen, want anders gaat iedereen kijken."
De nestkast waarin de eieren liggen, hangt er nog niet zo lang. Toch hebben de uilen die al snel gevonden. "Begin april leggen ze normaal gesproken pas eieren. Dit is echt uitzonderlijk."
Toch is het nog even spannend of alles goed blijft gaan. Er worden weer koudere nachten verwacht. "Nu hopen dat het goed gaat. Je moet de natuur zijn gang laten gaan." Koudere nachten kunnen invloed hebben op het broedproces. "Als de nachten kouder worden, is de broedtijd langer."
"Het is een mooie en rustige vogel."
De vogelliefhebber is trots op de vroege vondst, al deelt hij die eer met zijn collega. "Ik ben heel trots, maar ook op Tiny de Man, die het eerst heeft ontdekt. Het is mooie reclame voor de werkgroep."
De Vogelwerkgroep Boxmeer beheert honderden nestkasten in de regio en daarbuiten. "We hebben zo’n 450 nestkasten door heel het land, ook voor torenvalken, slechtvalken en kerkuilen."
Huub is vooral een enorm liefhebber van de steenuil. "Hij is zo mooi en rustig. Hij wordt wel eens huisuil genoemd, omdat hij graag bij de mensen zit." Zelf moet hij het echter zonder steenuil in de tuin doen. "Ik woon in een woonwijk. Ik mag blij zijn dat ik een pimpelmees, koolmees of merel in de tuin heb."
