Je wanen in historische oorlogstijd: dit is waarom mensen het naspelen
Tientallen 'acteurs' spelen zondag en maandag het beleg van Grave uit 1674 na. Een historische gebeurtenis waarbij duizenden doden vielen en waarbij tweejaarlijks wordt stilgestaan. Het naspelen van belangrijke (oorlogs)momenten wordt steeds populairder. Antropologe Lise Zurné weet waarom: "Mensen willen het voelen en ervaren."
Het beleg van Grave is een belangrijk moment in de Nederlandse geschiedenis. De bevrijding van de vestingstad in 1674 ging niet zonder slag of stoot. Het was een bloederige strijd om de Franse bezetters te verdrijven. Er vielen tienduizenden doden in en rondom Grave. Toch lukte het generaal Van Rabenhaupt om de Franse generaal De Chamilly en zijn troepen de stad uit te krijgen.
Om de belangrijkheid te onderstrepen wordt in de stad elke twee jaar stilgestaan bij het beleg van Grave. Tijdens het Historisch Spektakel wordt de strijd nagespeeld. Zondag en maandag kruipen tientallen mensen in de huid van personen die in 1674 zomaar door de straatjes van Grave hadden kunnen lopen.
Het naspelen (re-enactment) van historische (oorlogs)gebeurtenissen wint steeds meer aan populariteit, weet Lise Zurné. Zij is antropologe aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en onderzocht de manier waarop de moderne oorlogsgeschiedenis in historische re-enactments tot uiting komt.
"Ze willen het voelen en ervaren en een echt uniform aantrekken."
Volgens haar zijn er verschillende redenen van mensen om de oorlogsgeschiedenis na te spelen. "Je hebt mensen die heel sterke interesse hebben in bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog of de Napoleonistische tijd doordat ze boeken hebben gelezen of films hebben gezien. Vervolgens gaan ze bijvoorbeeld objecten verzamelen, maar dat vinden ze niet genoeg. Ze willen het voelen en ervaren en een echt uniform aantrekken."
Zurné ziet dat het er serieus aan toe gaat bij re-enactment. "Authenciteit is eigenlijk de belangrijkste waarde. Het moet gaan om de juiste historische kennis. Zo moet je niet op je telefoon zitten. Re-enacters nemen hun hobby heel serieus. Ook als het gaat om dingen kunnen smeden als je een smid speelt of historisch koken op open vuur."
Zelf heeft Zurné meegedaan aan re-enactment momenten om te ervaren wat deelnemers beweegt. "je kunt het niet letterlijk vergelijken met scouting, maar er zitten wel elementen in. Hobby en spel en de nieuwsgierigheid naar het verleden. Vaak zijn het een beetje geschiedenisnerds, in de goede zin van het woord. Ze vinden elkaar in deze hobby."
"Schrijven over geschiedenis is ook het oefenen van geschiedenis."
Zurné vindt re-enactment belangrijk voor de geschiedschrijving. "Je ziet in de wetenschap een turning point. Jaren terug werd re-enactment gezien als iets belachelijks. Geschiedenis was serieus en ging om de feiten. In de hedendaagse maatschappij is iets meer het idee dat er een verhaal in zit, ook voor historici. Schrijven over geschiedenis is ook het oefenen van geschiedenis."
Desondanks ziet Zurné dat er vanuit de wetenschappelijk hoek toch ook nog kritiek is op re-enactment. "Er leeft nog steeds een beetje van: 'moeten we dit serieus nemen'. Sommigen zien het als een hobby van mannen die met wapens willen spelen. Dat element zit er ook in, ze doen het voor hun plezier. Maar om het zo te noemen is veel te kort door de bocht."
