Boer Jos bedenkt duurzaam idee voor mestprobleem: 'Zalf voor de grond'
Het voelde als de omgekeerde wereld voor melkveehouder Jos Seuntiëns uit Knegsel. Hij moest zijn mestoverschot voor honderdduizenden euro's per jaar afvoeren en vervolgens kunstmest kopen om op zijn land uit te storten. "De mestkosten liepen uit de hand", vertelt hij. Maar Seuntiëns vond een oplossing.
De kosten om mest af te voeren verschilden per jaar voor Seuntiëns. "Je moet je bedenken dat je 25 euro per duizend liter moet betalen", vertelt hij. Op zijn melkveehouderij staan driehonderd melkkoeien: "Dat loopt op tot honderdduizenden euro's per jaar. Het is verschrikkelijk."
De hoge kosten hakten erin voor de boer. Daarnaast zat het kopen van kunstmest hem dwars. "Toen hebben wij gedacht: we gaan dit zelf oplossen", vertelt hij.
Seuntiëns startte het bedrijf Ecotop. Hij bedacht dat hij zelf mestkorrels kon maken, een soort bodemverbeteraar, zoals hij het uitlegt. Die ging hij maken van zijn eigen mest en vervolgens verkopen, zodat hij er zelf geld aan kon verdienen.
Mest en kunstmest
Boeren die dieren houden, produceren mest. Door regels vanuit de overheid en de Europese Unie mogen zij daarvan slechts een beperkte hoeveelheid op hun land uitrijden. Het overschot moet tegen betaling worden afgevoerd. Als er op hun land niet genoeg mest beschikbaar is om gewassen te voeden, moeten zij dit aanvullen met kunstmest, waarvan de prijzen recent zijn gestegen door de oorlog in Iran.
Akkerbouwers die geen dieren houden, hebben sowieso kunstmest nodig. "Een alternatief is mest overnemen van boeren die wel dieren houden", vertelt bestuurslid Hendrik Jan ten Cate van de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO).
Het mestoverschot dat wordt afgevoerd, gaat naar landen die zelf een tekort aan mest hebben.
Zo gezegd, zo gedaan: in 2012 investeerden hij en zijn vrouw in een nieuwe stal met dichte vloeren. "Zo schuiven wij elk uur de verse mest af naar een grote put. De drijfmest gaat vervolgens via een leiding door naar een pers", legt hij het proces uit.
In deze pers wordt de mest in twee soorten gescheiden: dunne en dikke poep. De dunne versie rijdt Seuntiëns uit op zijn land. De dikke versie wordt gedroogd en daar maakt hij mestkorrels van. "De zalf voor de grond", lacht hij.
Seuntiëns en zijn vrouw hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in hun boerderij om meer uit hun mest te kunnen halen. In de loods liggen inmiddels stapels met zakken van het eindproduct, de mestkorrels. Heel wat beter dan de overtollige mest voor veel geld afvoeren.
In de loods schuift ook hun zoon Stijn aan bij het gesprek. Hij werkt voor het bedrijf en vertelt dat de mestkorrels inmiddels hun weg vinden naar consumenten, hoveniers en gemeenten. "De overheid stimuleert ons om kunstmest te kopen, terwijl we hier onze eigen mest hebben liggen. Dat slaat gewoon nergens op", meent Stijn. "We hebben van een probleem een oplossing gemaakt."

