STUIFMAIL

Frans weet wat voor plantje er al jaren op het gazon van Theo staat

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 10:02

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een spin met een prachtige naam die ook voorkomt in Brabant, eetbare groente, die gezien wordt als een lastige woekeraar, hele vreemde paardenbloemen met soms twee bloemhoofden en een Zuid-Europese gevaarlijke gifspuitende kever, die niet kan vliegen. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd. 

Een dikpootpanterspin (Foto: André van Drunen).
Een dikpootpanterspin (Foto: André van Drunen).

Wat hebben dikpootpanterspinnen op het menu staan?
André van Drunen stuurde mij een tijdje terug een mooie foto met vraag over de veldkrekel, klik hier om te zien waar hij het over heeft. Daarnaast zag hij ook dat een dikpootpanterspin uit zo’n veldkrekel holletje kwam en hij vroeg zich af of deze best wel zeldzame spin misschien veldkrekels op het menu had staan.

Dikpootpanterspin behoren tot de familie van de wolfspinnen en kom je vooral tegen op zonnige en open plekken, maar ook wel in bosranden en bermen. Voorheen ook in mooie heischrale en droge graslanden, maar die zijn er niet meer zoveel. Aangezien de dikpootpanterspinnen wolfspinnen zijn, maken zij geen web om het voedsel te vangen, maar gaan zij op jacht. Het zijn dus jagende spinnen, die vooral op de grond op zoek zijn naar voedsel.

Op het menu van de dikpootpanterspin staan vooral kleine insecten, zoals vliegen, springstaarten en kleine kevers en dus zal zo’n grote veldkrekel daar niet bij horen. Wel zijn voor die spinnensoort verlaten holletjes van veldkrekels ideale schuilplaatsen. Dikpootpanterspinnen zijn vooral actief in het voorjaar en vroege zomer. De meeste meldingen van deze soort zijn dan vooral ook in april en mei. De naam dikpootpanterspin heeft de soort vooral te danken aan de gevlekte, panterachtige patronen op het lichaam van de spin. De verklaring voor het woord dikpoot in de naam is te danken aan de opvallend verdikte poten bij de mannetjes.  

Winterpostelein (Foto: Theo Sanders).
Winterpostelein (Foto: Theo Sanders).

Wat staat er al jaren in en tegen een gazon?
Theo Sanders stuurde mij een foto van een plantje (hij noemt het onkruid, maar onkruid bestaat niet) wat hij al jaren terugvindt in en om zijn gazon en natuurlijk wil hij weten wat het is. Op zijn foto zie ik een mooi groen blad, maar nog niet de witte bloempjes. Dit prachtige plantje heeft de naam winterpostelein. Van oorsprong kwam deze voor in Noord-Amerika. Vermoedelijk is de winterpostelein via Cuba Europa binnengekomen. De plant kom je in Nederland tegenwoordig veel verwilderd tegen, maar er zijn ook tuinders die deze plant als winterharde variant telen. Dit laatste kan ook gemakkelijk, want winterpostelein is goed bestand tegen de vorst. Vandaar ook de naam. In het vroege voorjaar kom je ze vaak op diverse plaatsen tegen vooral als pioniersplant. Deze soort staat graag op open plekken met weinig concurrentie en dan heel vaak op onbewerkte of kale grond in de winter. Hoe bestrijd je dan winterpostelein? Het best doe je dat door het te schoffelen voor er zaadvorming is of de plantjes in hun geheel uit de grond te trekken. Een nog betere bestrijding is door het te oogsten en op te eten.

Winterpostelein met bloemen (Foto: Saxifraga Ed Stikvoort).
Winterpostelein met bloemen (Foto: Saxifraga Ed Stikvoort).

Winterpostelein staat bol van de vitamine C. Er zitten veel mineralen in deze plant, zoals calcium, magnesium, en ijzer. Tijdens de goudkoorts in Amerika werd winterpostelein ingezet als belangrijke voedselbron tegen scheurbuik. Diverse indianenstammen aten niet enkel de bladeren, maar ook de knollen en wortels van deze plant. Mooi dus als winterporselein in je tuin verschijnt, gratis groente!

Vreemde stengel bij paardenbloem (Foto: Monique Spooren Kiljan).
Vreemde stengel bij paardenbloem (Foto: Monique Spooren Kiljan).

Wat voor vreemds is er aan de hand met paardenbloemen?
Zowel Thea Verkamman als Monique Spooren kwamen paardenbloemen tegen met een dubbele stengel en ze vroegen zich af wat dat kon zijn. Dit natuurverschijnsel noemen we fasciatie, bandvorming of cristaatvorming en je ziet dan een paardenbloem met een platte of dubbele stengel. Daarnaast staan dan vaak op de top van zo’n stengel twee of drie bloemen, die met elkaar vergroeid zijn. 

Vreemde paardenbloem met veel bloemen detail (Foto: Monique Spooren Kiljan).
Vreemde paardenbloem met veel bloemen detail (Foto: Monique Spooren Kiljan).

Dit fenomeen ontstaat vaak door een verstoring in de celdeling tijdens de groei. Oorzaken voor deze mutatie zijn er diverse. Bacteriën kunnen de oorzaak zijn, maar ook de weersomstandigheden, bijvoorbeeld plotselinge extreme kou, maar ook hormonale onbalans. Dit laatste kan ontstaan door insectenbeten of ziekten. Kortom; veel diverse oorzaken en dit fenomeen kan bij veel verschillende plantensoorten voorkomen. Bij bomen zijn dat vooral de wilg en de es, bij kruiden vooral vingerhoedskruid, paardenbloem, biggenkruid en hanenkam en bij groenten vooral asperges, aardbeien en tomaten. 

Vreemde paardenbloem bloem (Foto: Thea Verkamman 2).
Vreemde paardenbloem bloem (Foto: Thea Verkamman 2).

Er is nog een andere bijzonder genetische afwijking waarbij de bovenste bloem aan de top van de stengel niet tweezijdig symmetrisch is, maar alzijdig symmetrisch. Dit fenomeen noemen we Pelorische Topbloem en dat heb ik in mijn tuin kunnen waarnemen bij vingerhoedskruid, zie foto. De term pelorisch betekent zoiets als monsterlijk. Dit soort aparte bloemen komt vooral voor bij planten die alzijdig symmetrisch (dus niet tweezijdig) zijn en waarbij inteelt optreedt. Pelorische bloemen vallen vooral op, omdat ze altijd aan de top van de plant groeien.

Vingerhoedskruid met een aparte bloem (Foto: Selina Lacourt).
Vingerhoedskruid met een aparte bloem (Foto: Selina Lacourt).
Een roodgestreepte oliekever (Foto: Ruben Bührmann).
Een roodgestreepte oliekever (Foto: Ruben Bührmann).

Is dit een gevaarlijk of giftig diertje?
Ruben Buhrmann stuurde mij een foto van een diertje met de vraag wat  het is en of het gevaarlijk is? Volgens mij is het een roodgestreepte oliekever (ooit eerder gezien op een foto van een vriend), en volgens mij heeft Ruben het diertje gefotografeerd in zuid-Europa. Deze oliekever soort is dus een zuid-Europeaan en kent in ons land twee soortgenoten, namelijk de gewone oliekever en de blauwe oliekever. Beide soorten komen zelden voor in ons land en dan ook vooral in het zuiden en oosten van ons land.

Tegenwoordig ook te vinden op dijken en in het Delta gebied. De zuid-Europese roodgestreepte oliekever is een grote, vleugelloze (geen achtervleugels) keversoort, bekend om zijn opvallende rode dwarsstrepen. Dit lid van de familie van de oliekevers, waartoe onze beide soorten oliekevers ook behoren, heeft wel kleine dekschilden. De roodgestreepte oliekevers worden maximaal 6 cm groot en hebben de poten vooraan zitten, zodat het achterlijf over de grond sleept. Ondanks dat kunnen de roodgestreepte oliekevers een behoorlijke snelheid halen, zie dit mooie filmpje over de soort.

De roodgestreepte oliekevers scheiden, net als onze Nederlandse oliekevers, een irriterende, olieachtige stof af. In die stof zit de gifstof cantharidine, wat zorgt voor een 'oliespoor' op de huid en bij contact blaren op de huid kan veroorzaken.

Een behaarde bijenwolf (Foto: Bas van Sambeek).
Een behaarde bijenwolf (Foto: Bas van Sambeek).

Rubriek mooie foto’s
Net buiten de Kampina, kwam Bas deze prachtige behaarde bijenwolf tegen en die hoort zeker thuis in deze rubriek, foto van Bas van Sambeek

Natuurtip
Op zondag 17 mei kun je van tien uur 's ochtends tot twaalf uur naar de Loonse en Drunese Duinen.

In dit unieke natuurgebied vind je bos, heide en vooral veel zand. Het is het grootste stuifzandgebied van West-Europa. Wat is er nodig om deze unieke eigenschappen en natuurwaarden te behouden? Onze boswachter vertelt je alles over het ontstaan en het beheer, vroeger én vandaag de dag.

Meer ruimte voor natuur
Door de Loonse en Drunense Duinen in 1921 aan te kopen, is dit gebied al ruim 100 jaar beschermd. Zo kunnen we nog steeds genieten van deze Brabantse Sahara. Maar dat gaat niet vanzelf: Soms is ingrijpen nodig om de biodiversiteit te verbeteren. Tijdens een wandeling door bos en over het stuifzand rondom Giersbergen vertelt onze boswachter je hier alles over. Aan de hand van voorbeelden zie je wat al goed gaat en waar nog hard aan gewerkt wordt. Een leerzame tocht langs eeuwenoud én jong bos, waarbij je ontdekt hoe Natuurmonumenten dit unieke natuurgebied behoudt en verbetert. 

Meer informatie

  • Aanmelden is verplicht en kan via deze link.
  • Vertrekpunt Parkeerplaats Giersbergen: Giersbergen 9-10, 5151 RG Drunen (NB).
  • Kosten voor leden Natuurmonumenten zijn 7,70 euro en voor niet-leden kost het 11,00 euro om deel te nemen.
  • Deze excursie is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene welkom.
  • Trek stevige wandelschoenen aan.
  • Draag kleding die past bij het weer.
  • Controleer jezelf achteraf altijd op teken.
  • Honden mogen niet mee.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.