Zeventig jaar TU/e: zo haalde Eindhoven de universiteit binnen
De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) bestaat dinsdag 23 juni zeventig jaar. Maar het had zomaar gekund dat de universiteit in Den Bosch, Maastricht of Weert had gestaan. “Die waren ook in de race”, zegt directeur en lid van de kunst- en erfgoedcommissie Alfons Bruekers van de TU/e. Mede dankzij Philips en DAF werd voor Eindhoven gekozen.
Alfons Bruekers studeerde elektrotechniek aan de TU/e. Hij werkt inmiddels alweer twintig jaar als een van de directeuren bij de TU/e. Het zeventigjarig bestaan viert hij uiteraard mee, maar hij wijst er fijntjes op dat de basis van de TU/e al ruim tien jaar eerder werd gelegd, tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De universiteit van Delft lag nog in bezet gebied en was gesloten, terwijl Eindhoven al bevrijd was. “Eindhoven lag in puin vanwege de bombardementen”, legt Alfons uit. “Maar men was toch al bezig met nadenken over hoe gaat dat straks met de wederopbouw als we bevrijd zijn.”
De overheid besloot om in Eindhoven de Tijdelijke Academie op te richten. Dat was een tijdelijke Technische Hogeschool, zoals de universiteit destijds omschreven werd. “Die heeft een heel tijdje bestaan tot Nederland helemaal bevrijd was.” Daarna ging Delft weer open en ging Eindhoven dicht.
"Hier was een fantastisch terrein in de aanbieding."
De Tijdelijke Academie smaakte naar meer. Bedrijven in de regio Eindhoven zagen het belang van een opleiding in het zuiden en gingen lobbyen. “Ze probeerden Eindhoven op de kaart te zetten als een tweede plek voor een technische hogeschool. En dat is uiteindelijk gelukt in 1956. Dat moment vieren wij.”
De lobby kwam vooral vanuit DAF en Philips in Eindhoven. “Die hadden een enorme behoefte aan jonge ingenieurs voor hun bedrijf. Maar ook Nederland als geheel had behoefte aan ingenieurs voor de wederopbouw op allerlei vakgebieden. Van bouwkunde tot chemie en van natuurkunde tot elektrotechniek. Dus er was heel veel voor te zeggen om een extra vestiging van een universiteit te maken.”
Andere steden probeerde de universiteit van het zuiden binnen te hengelen. "Die hebben allemaal een voorstel gedaan, gelobbyd en gepleit." Eindhoven kwam als winnaar uit de bus. “Uiteindelijk heeft de overheid voor Eindhoven gekozen. Hier was de grootste hoeveelheid economie en bedrijvigheid die iets kon met technisch geschoolde jongelui. Dus baan verzekerd zou je kunnen zeggen. En hier was een fantastisch terrein in de aanbieding."
Het was akkerland met twee boerderijen, een kroeg en een watermolen. Een stukje was moeras. Het was heel veel open ruimte, vlakbij het station. "De gemeente Eindhoven had de huidige plek voor één gulden beschikbaar gesteld om een universiteit te vestigen. Dat aanbod konden ze niet weigeren.”
Al snel kwamen er tijdelijke gebouwen. Al meteen in het begin, in 1956, werden er lessen gegeven. Het begon met drie faculteiten, vakgebieden: elektrotechniek, scheikunde en werktuigbouwkunde. Tegenwoordig zijn het negen vakgebieden.
In het begin was het een echt mannenbolwerk. Van de bijna 250 studenten, waren vrouwen op een hand te tellen. “Het was ook formeel. Het idee leefde om op het terrein een aparte woonwijk voor professoren te maken. Dat is er overigens nooit van gekomen.”
Meteen in het begin werd architect Samuel van Embden ingehuurd die een visie had op de gebouwen die er moesten komen voor onderwijs en onderzoek. Hij wilde alle gebouwen met elkaar verbinden. Dat deed hij met loopbruggen.
"De kracht van innovatie zit in contacten tussen de verschillende vakgebieden. Vrij van regen en kou loop je via de bruggen naar de overkant en kom je elkaar tegen."
Zijn idee werd in het begin niet in dank afgenomen omdat het heel duur was. "Maar we doen het nu nog steeds met alles wat we op de campus bouwen. We hebben het omarmd als een van de beste ideeën van de campus. Verbinden was zijn motto. Dit is een praatje uit 1956, maar het is nog super actueel."
Door de jaren heen leverde de TU/e in totaal 65.000 knappe koppen.
Cijfers over de TU/e:
- 14.000 studenten dit studiejaar
- 1500 studenten wonen op het terrein van de universiteit
- Zo'n 7000 onderzoekers en medewerkers
- Meer dan honderd nationaliteiten
- 450 laboratoria, uiteenlopend van klein tot zeer groot

