Kroegbaas Jozef (80) wil niet stoppen: ‘Is mijn leven, hobby en plezier’
Jozef Friederichs uit Budel-Schoot heeft een dubbel jubileum: hij is tachtig geworden en is veertig jaar kroegbaas van Café de Sport. Vijf dagen per week loopt Jozef vanuit zijn woonkamer de kroeg in. “Ik wilde eigenlijk geen kroeg beginnen, ik deed het voor mijn vrouw.” Het dorp kan inmiddels niet zonder het café en de uitbater. “Jozef houdt het dorp samen.”
“Dit is mijn favoriete plekje”, zegt Jozef Friederichs terwijl hij achter de tap staat. “Dit is mijn tweede woonkamer. Slapen doe ik boven en achter doe ik rusten en genieten.”
Tachtig jaar, zo oud is de kroegbaas deze week geworden. “De helft van mijn leeftijd heb ik dit gedaan en nog hé”, zegt Jozef trots. “En ik ben niet van plan te stoppen. Ik ben vijf dagen in de week open, een mens van tachtig moet af en toe rusten.” Zijn geheim: een beetje sporten en elke dag een paar Budelse biertjes.
"Alles komt hier samen. De verenigingen, kermis, carnaval en braderie.”
Bijna was Jozef geen kastelein geworden. “Mijn eerste vrouw, ze is helaas overleden, had kanker. Toen ze genezen was wilden ze een kroeg beginnen. In eerste instantie wilde ik dat niet, ik zit er liever voor”, lacht Jozef. Maar hij gunt zijn vrouw een kroeg en in 1986 openen ze hun café in Budel-Schoot.
In 1992 overlijdt zijn vrouw en gaat Jozef ‘gewoon’ door. “Het is mijn leven, hobby en plezier geworden. Ik wil onder de mensen zijn.” Ook het dorp kan Jozef niet missen. “Vroeger waren er hier negen cafés, maar ik ben de enige die nog open is”, vertelt de kastelein. Buurman Willy zit regelmatig aan de toog een biertje te drinken. “Jozef houdt het dorp samen, alles komt hier samen. De verenigingen, kermis, carnaval en braderie. Het is gewoon een geweldige vent.”
“Het is gewoon de huiskamer van Budel-Schoot”, vertelt Ben van Schaijk. “Het dorp kan niet zonder Jozef, laten we hopen dat hij honderd wordt. Het is een hele goede en gezellige man, hij staat voor iedereen klaar.”
"Als ik er niet meer ben, laat ik mezelf hier opbaren op de biljarttafel."
Jozef wil het nog zeker tien jaar volhouden. “Dan maak ik de vijftig vol. Ik ga gewoon door.” Inmiddels probeert de kroegbaas ook iets meer te genieten van zijn kroeg. “Voordat ik m'n eigen kroeg had, dronk ik meer dan het volk. De eerste dertig jaar in m'n kroeg rookte of dronk ik niet. De laatste jaren ben ik er weer ingetrapt, maar waar moet ik het nu nog voor laten.” Zo nu en zorgen de stamgasten er dan voor dat er een biertje getapt wordt.
Aan stoppen wil Jozef absoluut niet denken. “Ze moeten mij hier wegdragen. Als ik er niet meer ben laat ik mezelf hier opbaren op de biljarttafel, dan gaat de tap open en dan kunnen ze nagenieten.”
