Erkenning voor militairen die niet vochten, maar wel gehavend thuiskwamen
Voor het eerst krijgen militairen die gewond raakten tijdens een oefening of dienstplicht een onderscheiding. Deze erkenning van defensie betekent extra veel voor de militairen die 'slechts' op oefening waren en toch gewond raakten. Deze nieuwe onderscheiding wordt woensdag uitgereikt.
Sjon Scheerder (57) uit Gilze is een van de 28 militairen die woensdag het Draaginsigne Militaire oorlogs- en Dienstslachtoffers (MOD) opgespeld krijgt door de Brabantse commissaris van de Koning, Ina Adema. Hij werd twee keer getroffen door enorme pech terwijl hij op oefening was in Duitsland.
"Over de eerste keer, dat was in 1992, kan ik niet praten", vertelt Sjon. "Het was een traumatische ervaring waar ik PTSS aan overgehouden heb. Ik heb van alles geprobeerd van GGZ tot EMDR en alles wat daar tussen zit. Maar niks helpt mij van mijn verschrikkelijke nachtmerries af. Ik slaap maar een paar uur per nacht en tijdens die dromen ben ik agressief en bang tegelijkertijd en dat al bijna 35 jaar. Ik red het mede door de steun van mijn vrouw."
Over het tweede voorval kan Sjon makkelijker praten. "We moesten een berg beklimmen en ik was de laatste in de rij omhoog. Mijn voorganger viel naar beneden en ik kon hem net vastgrijpen. Ik hielp hem uiteindelijk naar boven, we mochten niet afdalen. Toen we boven waren en overeind kwamen, gaf de geredde man mij waarschijnlijk uit paniek een duw."
"Ik raakte met mijn hoofd een rots, mijn voet stond verkeerd en..."
Sjon viel naar beneden. "Ik raakte met mijn hoofd een rots en kwam met een klap op de grond terecht. Beneden stond mijn voet een verkeerde kant op. In de ambulance bleek ik ook nog een slagaderlijke bloeding te hebben. Vanaf dat moment weet ik niks meer. Ik werd wakker in het militair hospitaal in Utrecht."
Van de sportieve vent die Sjon was, was weinig meer over. Hij moest uit dienst, maar 'gewoon' werken viel niet mee. Door de klap op zijn hoofd heeft hij niet aangeboren hersenletsel, waardoor denken op alle vlakken moeizamer gaat.
Wat Sjon stoort, is dat er voor veteranen vanuit defensie behandelingen zijn die voor hem niet beschikbaar zijn. "Dat voelt oneerlijk. Dat ik nu wel erkend word als slachtoffer door defensie is een eerste stap naar gelijkwaardigheid."
Waar Sjon niet kan praten over zijn eerste ongeluk, mag Bert Huijbers (72) uit Boxtel niet over zijn voorval praten van defensie. "Ik moest mijn handtekening zetten dat ik zou zwijgen anders werd ik gekort op mijn levenslange vergoeding voor gewonde militairen. Er niet over mogen praten is zwaar", zegt Bert. "Gelukkig kan dat wel met de psycholoog en speciale praatgroepen met militairen. Dat helpt mij enorm."
Bert mag wel een tipje je van de sluier lichten. Uitgerekend op dag dat hij zijn insigne krijgt, sloeg in 1975 op 17 juni bij hem het noodlot toe. Bert was chauffeur op een pantservoertuig met rupsbanden op oefening in Duitsland.
Hij moest stoppen en dat veroorzaakte een flinke stofwolk achter hem. Hierdoor reed een ander voertuig met volle vaart tegen hem aan. Bert hield er een beschadigde ruggenwervel een over en verloor zes tanden.
Achteraf verloor Bert nog veel meer. "Ik hield er ook PTSS aan over. En ik kan plotseling erg boos worden. Dit heeft me mijn huwelijk gekost. Dat nu erkend wordt dat ik in dienst van defensie gewond ben geraakt, is iets waar ik altijd voor gestreden heb."
Alle verhalen van gewonde militairen zijn heftig, maar dat van Jo van Geenen (84) uit Herpen laat je hart overslaan. In 1962 zat hij bij het Korps commandotroepen en was hij met 26 man bezig met een mars in Duitsland.
Het peloton werd aangereden door een auto. Er vielen drie doden en achttien gewonden, van wie Jo er een was. "Acht maanden lag ik in het militair hospitaal."
Zijn gebroken elleboog speelt nu nog steeds op. Toen hij zich weer meldde bij defensie werd hij ontslagen 'wegens lichamelijke gebreken'. "Dat ging toen eenmaal zo", zegt Jo nuchter. "Mijn commandant zei letterlijk: 'Ik kan je nergens mee helpen. Ik kan alleen maar oorlog voeren.'"
Erwin van Eijndhoven (64) uit Boxtel zit in het Brabantse bestuur van de Bond van Militaire oorlogs-en dienstslachtoffers (BNMO). Deze club maakt zich al jaren hard voor erkenning van deze militairen die gewond raakten tijdens een oefening of dienstplicht.
Zelf krijgt hij ook en insigne. "Na een dikke veertig jaar loop ik eindelijk pijnvrij rond. Ik scheurde in mijn diensttijd mijn kniebanden tijdens een potje voetbal. Ik ben toen gewoon doorgegaan en sprong gewoon drie meter naar beneden op de stormbaan en dan moest ik mijn knie weer rechtzetten. Zo was dat toen."
Elf operaties verder kreeg Erwin drie jaar geleden een kunstknie. "Dat had meteen moeten gebeuren, dat had veel ellende gescheeld. Deze ellende was wel de motivatie om in het bestuur te gaan van BNMO afdeling Brabant en deze erkenning voor elkaar te krijgen."
