Het nest dat Hanneke op de grond zag liggen, is volgens Frans heel gaaf
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een insect dat een nest van mos bovengronds bouwt, een van de mooiste kevers, grote mieren en een dier dat zijn uitwerpsel naast een huis legt. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
Stuifmailvraag nummer 10
Merels en kauwen hebben een donker verenpak, maar soms zie je zo’n merel of kauw met witte veren. Wat is er aan de hand? Ze lijden aan:
A. Flatulisme
B. Albinisme
C. Leucisme
D. Vitiligonisme
Graag je antwoord sturen naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer en een prachtig boek met de titel: 'Brabant, poëzie van landschap en maatschappij', geschonken door het Van Gogh Nationaal Park. Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.
Wat ligt er op de grond, een uit de boom gevallen nestje?
Hanneke Oosterbaan zag in haar tuin een bolletje mos liggen. Ze dacht eerst dat het een uit een boom gevallen nestje was. Toen ze het voorzichtig oppakte, ontdekte ze dat er een groepje hommels in zat. Ze wil graag weten welke hommels. Wat ze gezien heeft, is heel gaaf: een nest van de moshommel. Moshommels bouwen hun nesten namelijk net onder de grond of op de grond, zoals bij Hanneke thuis. Het dak van het nest van de moshommel bestaat in beide gevallen uit mos en gras. Daarnaast kunnen moshommels ook nesten bouwen in verlaten vogelnesten, bomen, nestkasten of zelfs tegen huizen. Een moshommelvolk bestaat meestal uit vijftig tot 120 moshommels`. De koningin is te herkennen aan haar hoge zoemtoon. Het stuifmeel dat ze verzamelen, wordt opgeslagen in een soort tasjes rond de broedcellen. In ons land leven in totaal 29 verschillende hommelsoorten, waarbij de moshommel bekend staat als zeldzaam. Je vindt de moshommel vooral in kwelders, bloemrijke (vaak natte) graslanden, laagveengebieden en vochtige heidegebieden. Misschien kan Hanneke een poging doen om een foto te maken van een moshommel, zodat we zeker weten dat het er een is. Ze moet wel voorzichtig zijn, want de werksters verdedigen hun nest redelijk fanatiek, zie ook deze link.
Beauty gezien, komen deze kevers steeds vaker voor?
Irma de Bruin ontdekte een beauty. Ze zag dat de naam van die beauty penseelkever is. Haar vraag is of deze penseelkever veel of weinig voorkomt? Naar mijn idee is er duidelijk een toename van de penseelkever waar te nemen in ons land. Dat komt onder meer doordat er meer geschikte nestplaatsen zijn voor deze kever. Wat zijn dan die nestplaatsen? Penseelkevervrouwtjes hebben hun nestplaatsen in dood hout en sinds een aantal jaren blijft er meer dood hout in de bossen liggen. Dat is dan ook heel belangrijk.
Vergroeiing aan de top bij een speerdistel?
Irene Schaap kwam tijdens een wandeling bij de Rottemeren een speerdistel tegen, dacht ze. Maar wat haar opviel was een vergroeiing aan de top. Ze is benieuwd of dit iets te maken heeft met de vergroeiing in een paardenbloem die ik besproken had in de Stuifmail van 10 mei, zie deze link. Bij de paardenbloem heet dit natuurverschijnsel fasciatie, bandvorming of cristaatvorming, zie de foto hieronder. Je ziet bij zo’n paardenbloem dan een platte of dubbele stengel. Daarnaast staan dan vaak op de top van zo’n stengel twee of drie bloemen die met elkaar vergroeid zijn.
De term die gebruikt wordt bij de vergroeiing van een topbloem bij de speerdistel (goed waargenomen door Irene!) is pelorische bloem. De term pelorisch betekent zoiets als monsterlijk. Dit soort aparte bloemen komt vooral voor bij planten die alzijdig symmetrisch (dus niet tweezijdig) zijn en waarbij inteelt optreedt. Pelorische bloemen vallen vooral op, omdat ze altijd aan de top van de plant groeien.
Is dit een gewone reuzenmier?
Ron Kraan zag tussen andere soorten mieren in zijn tuin vier exemplaren van, naar zijn idee, de gewone reuzenmier. Hij stuurde mij foto’s. Als ik op die foto’s kijk, dan zie ik geen gewone reuzenmier maar een rode bosmier. Ik vermoed de kale rode bosmier, zie de foto hieronder.
Dit omdat ik een mier op de foto zie met een kleine kop. Een gewone reuzenmier heeft namelijk een grote kop. Nu kan de foto vertekenen, maar ook OBS geeft rode bosmier aan. Onderzoek in de literatuur levert verder op dat de gewone reuzenmier in ons land is zeer zeldzaam is en met uitsterven bedreigd wordt. Ze komen dan ook alleen voor in het wild, in specifieke natuurgebieden zoals in Drenthe en op de Veluwe. Indien Ron daar woont, dan zou het kunnen. Wat ook nog kan, is dat het gaat om een ontsnapte exotische huisdiersoort. Een wild exemplaar.
Rode bosmieren zijn mierensoorten (we kennen vier rode bosmierensoorten) die in ons land, vooral op zandgronden en in bosrijke gebieden leven. Ze zijn vooral bekend van de grote koepelvormige mierenhopen, zie de foto hierboven, die ze bouwen om warmte op te vangen. Deze mieren kunnen zeker ook in tuinen voorkomen. Daar zijn ze dan op zoek naar voedsel. Daarna gaan ze weer terug naar de mierenhoop. Kortom; ik ben dus benieuwd waar Ron woont, naar de afmeting van die mier en zeker naar de grootte van de kop, want dat is niet echt op te maken uit Rons foto.
Welk uitwerpsel naast het huis?
De man van Sandra Geijs zag een uitwerpsel naast het huis liggen. Ze vroegen zich af van wie dit zou kunnen zijn. Volgens mij is het duidelijk poep van een vogel. Ik denk dat het poep van een fazant is. Sandra en haar man zijn dit uitwerpsel in april tegengekomen, dus kan het nog winterpoep zijn. Fazanten hebben een stevig, buisvormig uitwerpsel van om en nabij twee centimeter lengte met een dikte van vier tot vijf millimeter. In de winterse periode, en mogelijk dus ook in het voorjaar, is die ontlasting vaak veel compacter en vaster van structuur. Fazanten zijn echte alleseters, maar in het voorjaar schakelen ze over van hun winterdieet, wat vooral bestaat uit zaden en bessen, naar het voorjaarsdieet. Ze gaan dan op zoek naar pas opgeschoten grassprieten, jonge planten, knoppen en landbouwgewassen. Daarnaast vullen ze hun dieet in het voorjaar aan met dierlijk voedsel zoals insecten, wormen en slakken. Natuurlijk ben ik nu benieuwd naar of Sandra en haar man weleens fazanten gezien hebben in hun omgeving. Graag zie ik dus een reactie van hen verschijnen.

