Stoplichtsprintje gemeld? Dit doet jouw gemeente eraan
Een verkeerslicht dat nét te snel op rood springt, een oversteek waar ouderen moeten wachten op een middeneiland of auto's die al lijken te rijden terwijl je nog oversteekt. Na onze oproep kwamen 265 meldingen binnen van Brabanders die het gevoel hebben dat ze moeten sprinten om op tijd aan de overkant te komen. Maar wat gebeurt er eigenlijk met zulke klachten? En heeft melden bij de gemeente zin?
In mei opende Omroep Brabant een meldpunt met de vraag: waar in Brabant moet jij als voetganger bijna sprinten om veilig de overkant te halen? In totaal kwamen er 265 meldingen uit de hele provincie binnen.
De meeste meldingen kwamen uit de grotere steden: Tilburg, Den Bosch, Breda en Eindhoven werden vaak genoemd. Om te kijken wat er met zulke signalen gebeurt, legde Omroep Brabant de meldingen voor aan verschillende gemeenten die vaker werden gemeld.
Zo worden verkeerslichten afgesteld
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de afstelling van verkeerslichten, vaak met hulp van verkeersspecialisten. De groentijd voor voetgangers hangt onder meer af van de lengte van de oversteek en de inrichting van het kruispunt.
Daarnaast geven gemeenten als Oosterhout, Breda en Veldhoven aan dat verkeerslichten tijdens spits- en daluren anders kunnen reageren op de verkeersdrukte. Het systeem kijkt dan naar het verkeersaanbod en verdeelt het groen anders tussen auto's, fietsers en voetgangers.
Verkeerslichten zijn volgens gemeenten veilig
Opvallend is dat vrijwel alle gemeenten zeggen dat hun verkeerslichten volgens de richtlijnen zijn afgesteld. Eindhoven, Den Bosch en Tilburg benadrukken bijvoorbeeld dat voetgangers veilig kunnen oversteken, ook als het licht tijdens de oversteek op rood springt.
Dat sluit aan bij wat verkeersexpert Paul van de Coevering eerder aan Omroep Brabant vertelde. Het knipperende groene licht betekent dat je niet meer moet beginnen met oversteken. Wie al onderweg is, mag zijn oversteek gewoon afmaken.
Toch erkennen gemeenten ook dat veel mensen zich daardoor opgejaagd voelen. Den Bosch probeert dat gevoel zelfs weg te nemen met een opvallende oplossing. Bij nieuwe verkeerslichten worden de voetgangerslichten vóór de oversteek geplaatst in plaats van aan de overkant. Daardoor zien voetgangers tijdens het lopen niet meer dat het licht gaat knipperen of rood wordt.
Melden kan effect hebben
Hoewel gemeenten benadrukken dat verkeerslichten volgens de richtlijnen veilig zijn afgesteld, leiden meldingen soms wel degelijk tot aanpassingen. Zo leidden meldingen over de Heerbaan in Veldhoven tot een herberekening van de verkeerslichten, waarna de groentijden zijn aangepast. Ook Tilburg laat weten dat oversteektijden soms worden aangepast om het comfort voor voetgangers te verbeteren.
In Oosterhout leidde de discussie zelfs tot een beleidswijziging. Daar gaan klachten niet alleen over de lengte van het groene licht, maar ook over zogenoemde deelconflicten: situaties waarbij een voetganger groen krijgt terwijl een afslaande automobilist tegelijkertijd ook groen heeft en voorrang moet verlenen. Volgens de gemeente kan dat onveilig aanvoelen. Daarom heeft de gemeenteraad besloten zulke situaties bij nieuwe verkeerslichten zoveel mogelijk te vermijden. Als een voetganger groen krijgt, krijgt afslaand verkeer voortaan rood.
Slimme verkeerslichten
Breda kiest juist voor een technologische oplossing. Op de veelgenoemde Claudius Prinsenlaan zijn voetgangersradars geplaatst.
Daardoor kunnen verkeerslichten herkennen wanneer bijvoorbeeld ouderen, langzame voetgangers of grotere groepen aan het oversteken zijn. Zij krijgen dan automatisch langer de tijd om de overkant te halen. De gemeente noemt de locatie al langer een aandachtspunt en zegt de verkeerslichten eind volgend jaar opnieuw onder de loep te nemen.
