Onderzoek zet vraagtekens bij populaire jacht op geelpoothoornaars
Welke val werkt het best om de gevreesde hoornaars te vangen? Is zoetstof het beste om de grote wespen te lokken, of toch kattenvoer? En heeft het überhaupt zin om in het voorjaar al op koninginnen te jagen? Een zaal vol imkers en andere bijenliefhebbers luisterde donderdagavond in Reusel met gespitste oren naar de ervaringen van Sanne, Daan en Stijn, studenten aan de hogeschool HAS green academy. Zij onthulden de onderzoeksresultaten van hun afstudeerproject over de invasieve exoot.
Ruim vier maanden doken de studenten in de wereld van de geelpoothoornaar, zoals de Aziatische hoornaar tegenwoordig wordt genoemd. Met hun onderzoek bekeek het drietal of er een effectievere bestrijding van hoornaars in de Kempen mogelijk is. En hoewel ze in Reusel en omgeving voorop lopen als het gaat om de bestrijding van de 'killerwesp', waren de aanwezigen in MFA de Kei heel benieuwd of hun tactiek de juiste is.
Bij bijenvereniging Sint Ambrosius werken ze met lokvallen die ze zelf in elkaar knutselen. Werden er vorig jaar in het voorjaar 335 hoornaarskoninginnen in de gemeente Reusel-De Mierden gevangen, dit jaar stond de teller eind juni op 2082 exemplaren. Een explosieve toename, dus.
"Combineer deze val met gist en suikerwater, en je hebt een doeltreffende combinatie te pakken."
Toch bleek uit het onderzoek van Sanne, Daan en Stijn dat de BeeVital VeluTrap-val het effectiefste werkt om bijenvolken te beschermen. "Niet omdat daar meer hoornaars mee worden gevangen, maar omdat de bijvangst van andere insecten zoals de Europese hoornaars, honingbijen, en vliegjes vele malen kleiner is. Dankzij speciale dopjes wordt de ingang kleiner gemaakt, zodat andere insecten moeilijker naar binnen kunnen. Combineer je deze val met gist en suikerwater, dan heb je een zeer doeltreffende combinatie te pakken", vertelde Sanne.
Volgens de vierdejaars studenten is nog niet bewezen dat het zogenoemde spring trapping - het voortijdig vangen van koninginnen zodat ze geen nieuw nest meer kunnen bouwen - zinvol is om de overlast in te perken, iets wat ze in Reusel juist heel fanatiek doen.
De drie spraken hierover met verschillende wetenschappers, onder andere uit Frankrijk en België. "En eigenlijk waren ze allemaal sceptisch over spring trapping, waarbij de vallen al in het vroege voorjaar worden gezet", aldus Stijn. "Het is nog onduidelijk of dit de populatie van de geelpoothoornaars echt tegengaat, simpelweg omdat het nog niet op grote schaal is onderzocht. Ook raden sommige experts het af vanwege de mogelijke bijvangst, wat voor schade kan zorgen aan de biodiversiteit."
"Er is ook geen bewijs dat het niet werkt, de tijd zal het leren."
Voor de imkers is het ontbreken van wetenschappelijk bewijs geen reden om te stoppen met het vroege vangen van de hoornaarskoninginnen. "Elke gevangen koningin voorkomt wat ons betreft een nest van honderden nieuwe hoornaars in het seizoen", zei Peter Lauwers van Sint Ambrosius. "Er is ook geen bewijs dat het niet werkt. De tijd zal het leren."
De overstap naar de BeeVital VeluTrap-val is iets wat ze bij de bijenvereniging zeker overwegen. "Maar er hangt een flink prijskaartje aan, ze kosten 50 euro per stuk", aldus Peter. En we hebben toch gauw zo'n 250 vallen nodig. We hopen dat bedrijven ons willen sponsoren, zodat het financieel haalbaar wordt om ze aan te schaffen."
Voor de hoornaarsbestrijders had het drietal het volgende advies: blijf inzetten op snelle opsporing en verwijdering van de nesten. Daarnaast is het van belang dat er één landelijk registratiesysteem komt, waarbij alle waarnemingen, vangsten en nesten van de geelpoothoornaar in kaart worden gebracht.
Hoornaarproject
De studenten begonnen in februari met het project. Ze vergeleken vier soorten vallen, die verspreid bij imkers door het Kempengebied stonden, en vier verschillende lokstoffen. Om geen factoren over het hoofd te zien, rouleerden de vallen steeds van plek. Daarnaast werden de vallen iedere twee weken omgedraaid, om te zien of de in- en uitgang effect hebben op de vliegroutes van de hoornaars. Ook de lokstoffenproef werd afgewisseld, zodat duidelijk werd hoeveel invloed de locatie heeft op de resultaten.
Sanne, Stijn en Daan kregen een welverdiende zeven voor hun afstudeerproject. Volgens de imkers van Sint Ambrosius had dat cijfer nog hoger mogen zijn.
