Provincie verder in gesprek met kippenboeren: accepteert 75.000 euro boete
Het college van Gedeputeerde Staten gaat 75.000 euro aan dwangsommen betalen om verder in gesprek te kunnen gaan met de vijf pluimveehouders die hun vergunning dreigen te verliezen. De boeren belasten de natuur bij hun bedrijven te veel en daarom ziet de provincie zich, na een uitspraak van de rechter, genoodzaakt de bedrijven gedwongen te stoppen.
Dat besluit moest de provincie eigenlijk al vóór 10 juli nemen, maar het Brabantse college wil eerst verder in gesprek met de ondernemers. Omdat hierdoor de deadline wordt overschreden moet de dwangsom worden betaald.
Dat staat in een brief van het college aan Provinciale Staten. Per dag dat de provincie geen officieel besluit neemt over de bedrijven, moet ze 100 euro per bedrijf betalen tot een maximum van 15.000 euro. Gedeputeerde Staten zijn van plan om dat besluit pas op 1 oktober te nemen en 'accepteren' dat ze de dwangsom moeten betalen. Deze zal optellen tot maximaal 75.000 euro.
Ook landbouwminister Van Essen (D66) gaf eerder aan 'deze zomer nog' in gesprek te willen met de boeren.
Communicatie moest beter
In de brief gaat het college door het stof om de communicatie met de boeren. Die hekelden eerder al dat de provincie weinig van zich liet horen. "Wij zijn ons ervan bewust dat deze besluiten enorm veel impact hebben. Wij hebben in de media ook de verwijten gelezen dat de ondernemers lange tijd niets van ons gehoord hebben. Het klopt dat wij het afgelopen half jaar geen inhoudelijke terugkoppeling hebben gegeven."
Tussen april en december 2025 vonden ambtelijke gesprekken met de boeren plaats. Ook is er een gesprek op bestuurlijk niveau geweest. In dat gesprek dienden de boeren hun plannen in om minder stikstof uit te stoten, die de provincie vervolgens ging beoordelen.
"Over de voortgang van het proces heeft enkel contact plaatsgevonden tussen de zaakgemachtigde (red. juridisch vertegenwoordiger) en onze jurist", schrijft het college. "Wij realiseren ons dat een tussenbericht richting de ondernemers beter was geweest. Dat hebben we ook aan de ondernemers aangegeven."
Geen andere uitkomst
Toch benadrukken Gedeputeerde Staten dat betere communicatie niet tot een andere uitkomst had geleid. Uit de beoordeling van de plannen van de boeren om stikstofuitstoot terug te brengen blijkt volgens de provincie dat alle vijf de boeren tot de grootste belasters van omliggende natuur zouden blijven horen. "Dit betekent dat de voorstellen van de ondernemers onvoldoende effect zullen hebben."
Zonder dat de boeren stoppen met het houden van dieren, kan volgens de provincie niet aan de uitspraak van de rechter voldaan worden.
Tegen de uitspraak van de rechter ingaan, bijvoorbeeld door geen of een lichter besluit te nemen over de boeren, is volgens het college geen optie. Zo'n stap geeft volgens haar het verkeerde voorbeeld aan burgers en bedrijven: "Ook van hen verwachten we dat zij zich aan de wet houden." Daarbij is het afwijken van een uitspraak door de rechter volgens het college schadelijk voor de rechtsstaat.
Tot 1 oktober en ook in de wettelijke periode die volgt om op het besluit te reageren, kunnen de vijf boeren er nog voor kiezen om tóch te voldoen aan de eisen die de rechter stelt. Ze zouden hun bedrijf dan helemaal moeten omgooien, bijvoorbeeld door een camping of kinderopvang te beginnen én geen dieren meer te houden. Om zo hun uitstoot met de benodigde 85 procent terug te dringen.
