Vergaderen tussen de brandweerwagens: kazerne en thuiswerkplek ineen
Van videobellen naar sirenes: het is een kleine stap in Woudrichem. Op de kazerne werken vrijwillige brandweermensen aan hun betaalde kantoorbaan. Laptop open met het brandweerpak bij de hand: het moet het vrijwilligerswerk laagdrempeliger maken. De kazerne komt nog altijd zes mensen tekort.
De airco loeit, de korte broek mag aan. De kazerne is door regionalisering eigenlijk onbemand. Overdag zou er dus niemand zijn, behalve als er een brand of oefening is natuurlijk. Toch werkt bijna de helft van het team wel één of meerdere dagen "thuis" op de kazerne aan hun baan, bij de gemeente bijvoorbeeld.
Postcommandant combineert twee banen
"Lekker plekje, hé?", roept Bob Proper. De kazerne werkt met vrijwilligers, net als de meeste brandweerkazernes in Nederland. En dus moeten er ook keiharde knaken worden verdiend met een andere baan. Zo is Bob postcommandant, maar ook dataspecialist vastgoed voor de gemeente Dordrecht. "Dat kun je prima combineren!"
Wie denkt dat je om de haverklap met gierende banden weg moet, heeft het mis. "We hebben ongeveer één uitruk per week. Zo'n 40 of 50 per jaar."
‘Kom langs!’
De hoop is dat meer mensen bij de brandweer komen. Ze hebben achttien vrijwilligers nodig, maar hebben er nu maar twaalf. En dus zoeken ze er nog zes.
"Kom een keer langs! Bellen, doen!", roept Bob. "Je krijgt er dan meteen de ideale thuiswerkplek-van-huis bij. Het scheelt ook nog eens met de files!"
Nooit alleen
Waarom je bij de brandweer zou willen? "Het is heel erg mooi werk. Je helpt mensen echt uit noodsituaties. Dat is echt heel dankbaar werk", zegt hij met glunderende ogen. "Je doet het met een team en nooit alleen." Toch blijkt het nog knap lastig om mensen te vinden. "Dat hoort bij de huidige tijd, mensen moeten al zoveel."
Vrijwillig brandweerman Bram van de Vrande wil nooit meer anders. "Je doet een keer mee en bent meteen verkocht!" De verkeerskundige van de gemeente Utrecht is nu snel terug op zijn werkplek na een brand. "Wel eerst even douchen!", lacht hij.
