Undercoveragenten zien brandstichting bij oliebollenkraam en grijpen in
Twee mannen staan in Breda terecht omdat ze vlak voor kerst een oliebollenkraam in brand staken. Agenten die undercover in de wijk waren, zagen het gebeuren en konden de brandstichters meteen oppakken. Vrijdag was de rechtszaak. Een motief is nog altijd onduidelijk: de verdachten wijzen naar elkaar. "Hij had ruzie met iemand," zegt een van hen.
Het gebeurde in de nacht van 21 op 22 december 2025. Agenten met bivakmutsen posten "onzichtbaar" in de wijk Tuinzigt in Breda voor een ander onderzoek. Rond 02.30 uur zien ze een zwart Golfje stoppen. Twee mannen stappen uit, eentje met een jerrycan, de ander met een breekijzer. Ze lopen naar de oliebollenkraam aan de Cypresstraat, bij winkelcentrum Tuinzigt. De agenten horen een krakend geluid en zien de mannen de kraam in stappen.
Vuurwerk
Ze staan snel weer buiten. Eentje gooit vuurwerk naar binnen en er ontstaat een enorme steekvlam. De mannen rennen naar hun auto, agenten er achter aan. De brandstichter geeft een dot gas. Een agent die half in de auto hangt, raakt met zijn voet bekneld en schreeuwt. De bestuurder geeft zich over, de bijrijder probeert nog te ontkomen maar wordt ook gepakt.
Het blijkt te gaan om Glen K. (28) uit Erp en Murat K. (43) uit Tilburg. Allebei bekenden van de politie met een stevig strafblad. Vrijdag verschenen ze voor de rechtbank in Breda. Glen K. wil zwijgen: "Ik wou daar niet zijn. Daar wou ik het bij laten."
Schuld
Murat K. spreekt wel uitgebreid. Hij en Glen kennen elkaar al zes jaar. Murat zegt dat hij een schuld had bij Glen van 750 euro, die hij niet kon terugbetalen. Glen ontkent dat.
Volgens Murat kwam hij net uit de gevangenis en vroeg Glen hem voor een klusje. Daarmee zou zijn schuld vereffend zijn. Glen zou op een feestje in Tilburg hebben uitgelegd wat er moest gebeuren. Er zouden nog "twee jongens" bij betrokken zijn van wie de opdracht kwam, maar die kent Murat niet.
Akkefietje
"Ik wou het eigenlijk niet doen. Ik twijfelde. Maar ik ging toch mee," zegt Murat. Hij zegt dat Glen hem dwong. "Hij had ruzie met iemand, een akkefietje dat opgelost moest worden," vertelt Murat. Hij zegt dat hij bang was voor Glen. Glen zegt op zijn beurt dat hij juist bang was voor Murat.
De officier van justitie klaagt beiden aan voor brandstichting, en Murat ook voor het verwonden van de agent die nacht: "poging zware mishandeling," zoals dat heet. Murat vertelt dat het hem spijt hoe het gelopen is: "Ik zag vier mannen met bivakmutsen op me afkomen, zonder politielogo's. Ik schrok."
De officier van justitie gelooft weinig van Murats verhaal dat hij gedwongen werd en eist drie jaar cel tegen hem. Tegen Glen eist ze iets minder: dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Komt het aan het Openbaar Ministerie (OM) te liggen, dan krijgen beiden ook nog een maand extra cel voor een oude voorwaardelijke straf.
Motief
Het motief blijft duister. "Waarom die oliebollenkraam nou in brand werd gestoken, is mij niet duidelijk. Mogelijk was dit een bijverdienste," zegt de officier van justitie. Ze denkt dat de twee verdachten bewust dit soort criminele klusjes uitvoeren, uit eigen belang en zonder aan de gevolgen voor anderen te denken.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
