Veel studentenkamers te duur, maar boete voor verhuurder blijft zeldzaam
Verhuurders vragen voor veel studentenkamers in Brabant te veel huur. Gemeenten kunnen daar sinds 1 januari 2025 tegen optreden, maar dat gebeurt nog maar mondjesmaat. Tilburg legde één verhuurder een boete op, in Breda en Eindhoven bleef de teller op nul.
Uit onderzoek van Argos blijkt dat veel studentenkamers in Brabant te duur worden aangeboden. In Tilburg gold dat voor 68 procent van de onderzochte kamers, in Breda voor 66 procent en in Eindhoven voor bijna de helft. Verhuurders vroegen gemiddeld 136 tot 189 euro per maand te veel.
Omroep Brabant vroeg Tilburg, Breda en Eindhoven hoe vaak ze optreden. De drie gemeenten zeggen het probleem te herkennen en serieus te nemen. Ze waarschuwen verhuurders en helpen huurders op andere manieren, maar boetes zijn nog zeldzaam.
Eén boete in Tilburg
In Tilburg kwamen sinds 2025 negen meldingen over een te hoge huur binnen bij het meldpunt van de gemeente. Drie bleken terecht. In twee gevallen waarschuwde de gemeente voor een boete. Eén verhuurder kreeg die uiteindelijk ook, omdat die opnieuw de fout inging.
Veel meer huurders kloppen aan bij Huurteam Tilburg. De gemeente houdt toezicht en kan optreden, het Huurteam helpt huurders met hun huurproblemen. In 2024 en 2025 kreeg het Huurteam 551 meldingen over een te hoge huur, van zowel woningen als kamers. Na 466 controles in huis ging de huur 323 keer omlaag.
Het Huurteam probeert zo'n probleem eerst op te lossen met de verhuurder. Lukt dat niet, dan kan het huurders helpen om naar de Huurcommissie te stappen.
Breda en Eindhoven
In Breda kreeg sinds 2025 geen enkele verhuurder een boete of andere straf voor een te hoge huur. De gemeente sprak verhuurders wel aan, bijvoorbeeld met een waarschuwing of in een gesprek.
Ook het Huurteam in Breda kwam in actie. Tussen november 2024 en oktober 2025 startte het 35 procedures bij de Huurcommissie vanwege een mogelijk te hoge huur. Volgens de gemeente zijn die allemaal opgelost zonder dat er verdere maatregelen nodig waren.
Ook Eindhoven deelde nog geen boetes uit. Daar kwamen in 2025 tien meldingen over huurprijzen binnen en in 2026 tot nu toe veertien. Twee keer kreeg een verhuurder een waarschuwing.
Afhankelijk van meldingen
Dat gemeenten weinig boetes uitdelen, betekent niet dat ze niets doen. Volgens Breda is een waarschuwing of gesprek met een verhuurder vaak al genoeg om de huur omlaag te krijgen. Ook via huurteams worden problemen geregeld opgelost, zonder dat de gemeente officieel hoeft op te treden.
Maar dan moet een te hoge huur wel ergens in beeld komen. Tilburg zegt niet steeds te kunnen controleren wat er voor iedere kamer wordt gevraagd. De gemeente is daarom grotendeels afhankelijk van meldingen.
Tilburg wacht daar niet alleen op. Sinds kort controleert de gemeente ook zelf en gericht, onder meer bij verhuurders die al in beeld zijn. Daarnaast controleert ze steekproefsgewijs verhuurde panden, met extra aandacht voor ernstige overtredingen.
Het is dus belangrijk dat huurders aan de bel trekken. Toch gebeurt dat niet altijd. Eindhoven ziet dat sommige huurders niet weten waar ze terechtkunnen of bang zijn voor de reactie van hun verhuurder. Volgens de gemeente maakt de grote druk op de woningmarkt studenten bovendien kwetsbaar voor hoge huren.
Wat de wet zegt
Sinds 1 juli 2023 geldt de Wet goed verhuurderschap. Daarmee kunnen gemeenten optreden tegen ongewenst gedrag van verhuurders, zoals intimidatie en discriminatie. Gemeenten moeten ook een meldpunt hebben waar huurders met klachten terechtkunnen.
Op 1 juli 2024 ging de Wet betaalbare huur in. Die wet stelt strengere regels aan hoeveel huur een verhuurder mag vragen. De maximale huur hangt af van een puntensysteem, waarin onder meer de grootte en kwaliteit van de woning of kamer meetellen. De regels gelden ook voor studentenkamers.
Sinds 1 januari 2025 kunnen gemeenten ook optreden als verhuurders zich niet aan die huurregels houden, bijvoorbeeld met een waarschuwing of boete. De Huurcommissie heeft een andere taak: die kan de huurprijs beoordelen en vaststellen als huurder en verhuurder het oneens zijn.
