Wachtlijst Veilig Thuis groeit: meldingen liggen soms maanden stil
Kinderen en gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld of kindermishandeling moeten bij Veilig Thuis Oost-Brabant soms maanden wachten voordat hun situatie volledig wordt beoordeeld. Dat kan gevaarlijk zijn, waarschuwt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Toch verwacht de inspectie niet dat Veilig Thuis dit probleem alleen kan oplossen.
De inspectie deed in 2025 onderzoek bij Veilig Thuis Oost-Brabant en vond toen grote achterstanden. Eind mei 2025 wachtten 345 meldingen op een volledige veiligheidsbeoordeling.
Maar 37 procent van de meldingen werd binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen beoordeeld. Sommige meldingen lagen zelfs drie maanden op de plank.
Langer in gevaar
Dat wachten is volgens de inspectie niet zonder risico. Zolang een melding niet volledig is beoordeeld, kan Veilig Thuis nog geen goede vervolgstappen zetten om een onveilige situatie te stoppen. Daardoor kan een kind of volwassene langer in een onveilige thuissituatie blijven zitten. Hoe langer een melding blijft liggen, hoe groter het risico, zegt de inspectie.
Ook kan een situatie ondertussen erger worden. Iets wat bij binnenkomst nog niet als acuut gevaarlijk werd gezien, kan later wel escaleren. Door de lange wachttijden heeft Veilig Thuis daar niet altijd goed zicht op.
Wachtlijst groeit
Na het onderzoek probeerde Veilig Thuis op verschillende manieren de problemen aan te pakken. De organisatie werkte onder meer aan betere dossiervoering en aan de samenwerking met andere hulpverleners.
Toch is het grootste probleem niet opgelost. Sterker nog: uit de nieuwste stukken blijkt dat de wachtlijsten verder zijn gegroeid. Veilig Thuis haalt nog steeds niet de wettelijke termijnen voor het beoordelen en onderzoeken van meldingen.
Volgens de inspectie ligt dat niet alleen aan Veilig Thuis zelf. Er komen meer meldingen en adviesvragen binnen en de zaken worden ingewikkelder. Medewerkers hebben daardoor meer tijd nodig per melding.
Ook zijn ze veel tijd kwijt aan het zoeken naar passende vervolghulp, het afhandelen van klachten, verzoeken om dossiers in te zien of te vernietigen en het omgaan met agressie en bijna-calamiteiten.
Gemeenten aan zet
De inspectie heeft er daarom geen vertrouwen in dat Veilig Thuis de problemen zelf kan oplossen. Daarvoor zijn ook gemeenten en andere organisaties in de zorg en hulpverlening nodig.
Gemeenten moeten er volgens de wet voor zorgen dat Veilig Thuis zijn werk kan doen. De inspectie verwacht daarom dat zij samen met Veilig Thuis en andere hulporganisaties de wachtlijsten aanpakken. Bijvoorbeeld door te zorgen dat zaken sneller kunnen worden overgedragen en dat er genoeg capaciteit is om gezinnen verder te helpen.
