Oliebollenkraam afgefikt, brandstichters cel in maar zwijgen over motief
De rechtbank in Breda heeft twee mannen veroordeeld voor het in brand steken van een oliebollenkraam, vlak voor kerstmis. Agenten die undercover in de wijk aanwezig waren, zagen het gebeuren en konden de brandstichters direct aanhouden. Waarom ze de aanslag pleegden, is een raadsel en dat rekent de rechtbank hun zwaar aan.
Tilburger Murat K. kreeg een celstraf van dertig maanden. Niet alleen voor de brandstichting, maar ook voor het verwonden van een agent. Die probeerde hem tegen te houden toen hij wilde vluchten. Bovendien krijgt de Tilburger een maand extra celstraf, omdat hij nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling zat.
Medeverdachte Glen K. uit Erp kreeg 24 maanden gevangenisstraf. Daarvan hoeft hij tien maanden niet uit te zitten. Die straf moet hij wel uitzitten als hij binnen de proeftijd opnieuw een misdrijf pleegt. Daarnaast moet hij zich regelmatig melden, zich laten begeleiden en behandelen voor onder meer drugsgebruik en mag hij geen contact meer hebben met de andere veroordeelde.
'Levensgevaar'
De straffen vallen iets lager uit dan geëist. Dat komt omdat de rechtbank een klein deel van de aanklacht niet bewezen vond. Het Openbaar Ministerie stelde namelijk dat de brandstichting 'levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen' opleverde. Maar de aanslag was midden in de nacht. Er waren geen mensen in of rond de kraam en er woonde ook niemand vlak bij.
De brandstichting vond plaats in de nacht van 21 op 22 december 2025. Toevallig waren agenten met bivakmutsen "onzichtbaar" aan het posten in de wijk Tuinzigt in Breda voor een heel ander onderzoek. Tussen twee uur en half drie zagen ze de twee mannen lopen, van wie er één een jerrycan bij zich had en de ander een breekijzer. Ze liepen naar de oliebollenkraam aan de Cypresstraat, bij winkelcentrum Tuinzigt. De agenten hoorden een krakend geluid en zagen de mannen de kraam binnengaan.
Steekvlam
Toen ze weer naar buiten kwamen, gooide een van hen vuurwerk naar binnen. Er ontstond een enorme steekvlam. De mannen renden weg en de agenten zetten de achtervolging in. De brandstichter stapte in de vluchtauto, ondanks waarschuwingen van de agenten. Toen Murat gas gaf, ging het mis.
Een agent die in de auto sprong, raakte met zijn linkervoet bekneld en schreeuwde het uit van de pijn. De bestuurder gaf zich vervolgens over. De bijrijder, de man uit Erp, probeerde nog te ontkomen, maar kon ook worden aangehouden.
Schuld
Het ging om Glen K. (28) uit Erp en Murat K. (43) uit Tilburg. Beiden zijn bekenden van de politie en hebben een fors strafblad. Op hun proces, twee weken geleden, zweeg Glen K. "Ik wou daar niet zijn." Murat K. sprak uitgebreid.
Murat vertelde dat hij een schuld van 750 euro had bij Glen, die hij niet kon terugbetalen. Glen ontkende dat.
Volgens Murat was hij net vrijgekomen uit de gevangenis toen Glen hem vroeg voor een klusje. Daarmee zou zijn schuld worden vereffend. Glen zou op een feestje in Tilburg hebben uitgelegd wat er moest gebeuren. Er zouden nog "twee jongens" betrokken zijn geweest die de opdracht hadden gegeven, maar die kent Murat naar eigen zeggen niet.
'Akkefietje'
"Ik wou het eigenlijk niet doen. Ik twijfelde. Maar ik ging toch mee", zei Murat. Hij vertelde dat Glen hem dwong. "Hij had ruzie met iemand, een akkefietje dat opgelost moest worden", zegt Murat. Hij zegt dat hij bang was voor Glen. Glen zegt op zijn beurt dat hij juist bang was voor Murat.
De officier van justitie klaagde beiden aan voor brandstichting en Murat daarnaast voor het verwonden van de agent. Murat kon zijn vluchtgedrag wel verklaren. "Ik zag vier mannen met bivakmutsen op me afkomen, zonder politielogo's. Ik schrok."
De officier van justitie geloofde weinig van Murats verweer dat hij gedwongen werd. Ook de rechters geloofden dat verhaal niet.
Waarom de oliebollenkraam verwoest moest worden, is onbekend. Dat beide mannen die onduidelijkheid laten bestaan en geen verantwoordelijkheid nemen, rekent de rechtbank hun zwaar aan.
