Naar deze Brabantse vorst is zelfs een biertje vernoemd
Heersers en drank. Het is een heilige twee-eenheid die al vele eeuwen bestaat. Onze eigen koning Willem-Alexander kapte in zijn jonge jaren menig pintje achterover en verdiende de geuzennaam Prins Pils. Ook onze Brabantse vorsten waren bepaald niet vies van een alcoholische versnapering, een van hen prijkt al geruime tijd op het etiket van een bekend biertje: Hertog Jan I van Brabant (1252-1294).
Jan is nog een broekie als hij in 1267 de baas wordt in Brabant, dat dan een stuk groter is dan onze huidige provincie. Ook het Belgische Brabant en Antwerpen vallen onder het hertogdom. Zijn vader Hendrik III sterft als Jan elf jaar is en wordt opgevolgd door Hendrik IV, de oudere broer van Jan.
Bij Hendrik IV zit een flink steekje los. De directe buren (Luik en Gelderland) willen daarvan profiteren en besluiten Brabant binnen te vallen. Een harde strijd volgt en met veel moeite worden ze weer buiten gegooid. Voor Hendrik is het klaar, Jan belandt op zijn vijftiende op de troon.
In niets als zijn slappe broer
De nieuwe hertog laat zien in niets op zijn slappe broer te lijken. Jan gaat op veroveringstoer en weet al snel Limburg (inclusief het Belgische deel) aan zijn grondgebied toe te voegen. Ook kruist hij regelmatig de degens met Luik en Gelderland, al was het maar om wraak te nemen voor de oorlog die zij tegen Brabant voerden toen zijn broer Hendrik de scepter zwaaide.
Jan is niet alleen een succesvolle ijzervreter, hij geniet ook volop van de andere fijne dingen die het leven van een vorst bieden. In zijn huis is volop muziek, zang en dichtkunst te horen.
Ondeugend liefdesliedje
Sterker nog, Jan schrijft zelfs in het Duits een zogeheten minnezang. Dat liefdesliedje is voor die tijd behoorlijk ondeugend omdat er de woorden harba lori fa in voorkomen. Dat betekent zoiets als 'het kruid staat in bloei', oftewel het is tijd om de liefde te bedrijven. Deze woorden krijgen ook een prominente plek in het lied dat in 1947 wordt gemaakt ter ere van Jan en dat nog altijd wordt gezien als een onofficieel Brabants volkslied. Omroep Brabant gebruikt het als openingstune voor de allereerste radio-uitzending in 1976.
Jan bedrijft niet alleen in liedjes de liefde, maar ook in de praktijk lust hij er wel pap van. In de dikke vijftig jaar dat hij leeft, trouwt hij twee keer. Maar monogamie is niet aan hem besteed. Hij heeft vele affaires en verwekt de nodige buitenechtelijke kinderen. Een trekje dat we wel vaker zien bij vorsten. Ook prins Bernhard, de grootvader van Willem-Alexander, versleet hem niet met plassen.
Grote braspartijen
Onze Bourgondiër dompelt zichzelf ook graag onder in braspartijen met grote hoeveelheden eten en drank. Of hij daarbij alleen bier naar binnen giet of het vooral bij de in zijn kringen veel populairdere wijn houdt, is onbekend. Maar zijn levenswijze spreekt zo aan, dat een bierbrouwer in het Limburgse Arcen zijn pils naar hem heeft vernoemd.
Al dat gefeest, maar zeker ook zijn deelnames aan stoere riddertoernooien, komt Jan uiteindelijk duur te staan. Hij sterft tijdens een toernooi in het Franse Bar-le-Duc en wordt op wel heel bijzondere wijze begraven.
In stukken gehakt
Zijn lichaam wordt in stukken gehakt en alles belandt in een grote kuip die is gevuld met een mengsel van wijn en water. Die wordt boven een knapperend vuurtje gehangen, totdat al het vlees van de botten is gekookt. De 'soep' wordt weg gemikt, alleen de schone beenderen gaan het graf in het minderbroederklooster in Brussel in. Samen met zijn hart dat in een met pekelwater gevulde kruik zit.
De resten van Jans laatste rustplaats zijn nog te vinden in museum Bruxella 1238 in Brussel, naast het beursgebouw dat op de plek van het voormalige minderbroederklooster staat.
Vervlogen Verleden
Vervlogen Verleden is een wekelijkse rubriek over leuke, opmerkelijke of grappige weetjes uit het rijke Brabantse verleden. Alle verhalen die eerder verschenen zijn hier te lezen. Heb je een tip, mail dan naar [email protected].
