Ontdek

Maarten van der Weijden over stotteren: ‘Fijn als iemand me aanvult’

• Aangepast

Iemand stottert. En dan? Vaak hoor je dat je een stotteraar niet moet onderbreken. Toch wil niet elke stotteraar hetzelfde behandeld worden. “Als ik erg vastzit, vind ik het fijn als iemand me aanvult. Dan heb ik dat woord maar gehad”, zegt Maarten van der Weijden uit Vught, die opgroeide als stotteraar.

Profielfoto van Romee Lutterop
Geschreven door
Romee Lutterop

Voor Maarten was stotteren niet iets wat alleen gebeurde op het moment dat hij sprak. Vroeger zag hij bepaalde stotterwoorden al aankomen. Dan maakte hij zich ver van tevoren al zorgen over het gesprek dat eraan kwam. “Ik weet nog toen ik een Jurassic Park-dvd ging halen bij de videotheek. Ik wist al: dit wordt vreselijk.”

Lastige namen
Niet alleen het spreken zelf kan lastig zijn, maar ook de spanning die eraan voorafgaat. Vooral woorden die niet makkelijk te vervangen zijn, vond Maarten moeilijk. “Bij voorlezen in de klas kun je niet ineens een ander woord kiezen. Dat maakt het spannend.”

Ook nu zijn er nog woorden waar hij tegenaan loopt. Vooral namen die met een klinker beginnen, zoals die van zijn zus Etta of zijn vriendin Anne, kosten hem moeite. Als hij hun namen uitspreekt, maakt hij met zijn handen een soort ritme. Dat helpt hem bij lastige woorden. “Ik weet nu hoe het bij mij werkt.”

Therapie
Net als veel andere ouders van kinderen die stotteren, probeerden Maartens ouders hem te helpen met therapie. Hij volgde Del Ferro-therapie, waarbij de focus lag op ademhalingstechnieken om zo de controle terug te krijgen.

Aan die therapie hield hij een vervelend gevoel over. Het idee was dat het stotteren weg zou gaan als je maar goed genoeg je best deed. Bij Maarten bleef vooral dit hangen: “Als je blijft stotteren, dan doe je zelf iets verkeerd, hoorde ik. En daar geloof ik niet in.” Het voelde alsof de stotteraar zelf een soort ‘schuld’ droeg.

Stotteren is niet fout
Volgens stottertherapeut Monique Hakkenes gebeurt zoiets vaker en loopt eigenlijk iedereen die stottert wel ergens tegenaan. “De reactie die een stotteraar krijgt, kan het idee geven dat stotteren iets is wat ‘fout’ of ‘verkeerd’ is”, legt Hakkenes uit.

Ze ziet dat veel stotteraars daardoor voortdurend bezig zijn met hun manier van spreken. “En hoe harder iemand probeert om niet te stotteren, hoe erger het stotteren wordt.” Volgens Hakkenes helpt het daarom om stotteren niet als een probleem te behandelen dat koste wat kost verholpen moet worden.

Veerkracht
Maarten zocht de dialoog met zichzelf op om met zijn stotteren om te gaan. De veerkracht die hij daardoor ontwikkelde, is een belangrijk thema in zijn nieuwe boek.

En zijn advies aan iedereen die met stotteraars omgaat? “Wees geduldig.”

Wereldstotterdag

Op donderdag 22 oktober is het Wereldstotterdag. Deze dag vraagt aandacht voor mensen die stotteren en de gevolgen die dit in het dagelijks leven kan hebben.

De oorzaak van stotteren zit in de aansturing van de spraakspieren. Om te stotteren is genetische aanleg nodig. Eigenschappen zoals verlegenheid of een zwakke motoriek, maar ook een omgeving waarin iedereen snel praat, kunnen de kans op stotteren vergroten.

Ongeveer 5 procent van de kinderen jonger dan zes jaar stottert. Na die leeftijd neemt dat af tot ongeveer 1 procent. Veel jonge stotteraars groeien daar dus overheen en stotteren op latere leeftijd nauwelijks meer.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!