Verdachte van doodsteken Megan zat bij haar in de klas, 'dit vergt veel van de school'

BREDA - Het nieuwe schooljaar op het Onze Lieve Vrouwelyceum in Breda had niet verdrietiger kunnen beginnen. Leraren en leerlingen rouwen om Megan (15) die maandagmiddag in haar huis aan de Bilderdijkstraat om het leven werd gebracht. Tegelijkertijd kennen zij ook allemaal de 16-jarige jongen die zich als verdachte bij de politie meldde: hij en Megan zaten bij elkaar in de klas. Rouwdeskundige Riet Fiddelaers-Jaspers: "Dit vergt heel veel van de school."

Megan zou dit jaar naar de vierde klas van de havo gaan. Een 'rustige, creatieve leerling', zo omschrijft rector Gijs van Wijlen haar. Hij is geschokt over de steekpartij die Megan het leven kostte. "Dit is echt het laatste wat je als school wil meemaken."

Bekenden van het slachtoffer vertelden eerder dat de verdachte het vriendje van Megan was. De politie houdt het op een misdrijf in de relationele sfeer en bevestigt verder dat de twee klasgenoten waren. Het Onze Lieve Vrouwelyceum moet daarmee het hoofd bieden aan een situatie waarvoor geen pasklare draaiboeken klaarliggen. Deskundige Fiddelaers-Jaspers van Expertisecentrum Omgaan met Verlies geeft aan dat het belangrijk is dat een sfeer geschapen wordt waarin leerlingen kunnen zeggen hoe ze ertegenaan kijken. Ook belangrijk: wegblijven van oordelen. "Er zijn op school ook kinderen die met de jongen bevriend waren."

Impact op de school
De rouw- en verliesdeskundige geeft aan dat niet alle leerlingen dezelfde behoeften hebben als er plotseling iemand uit hun midden sterft. Fiddelaers legt uit dat de ene leerling er op school wel bij stil wil staan, maar dat de andere leerling er juist liever niet op school over praat. “Soms moet je een onderscheid maken in de klas. Leerlingen die er meer moeite mee hebben, hebben soms wat extra aandacht nodig. Het is ook goed om na te denken over een herdenkplek en hoe die eruit moet zien. Leerlingen kunnen dan zelf kiezen wanneer ze daarheen gaan.”

Als iemand onverwacht overlijdt, vraagt dat veel meer.

In de klas
Megan stierf niet alleen onverwacht maar ook als gevolg van een misdrijf. “Als iemand overlijdt na het hebben van kanker, dan kun je je klas hierop voorbereiden. Als iemand onverwacht overlijdt, en zeker op zo’n gewelddadige manier, dan vraagt dat veel meer”, zegt Fiddelaers. Ze noemt als voorbeeld de mentor van Megan, die de gebeurtenis een plek moet geven in de lessen van de klas waarin het meisje zat.

“De eerste dagen worden vaak anders ingevuld dan het reguliere lesprogramma. Je kunt er als mentor of leerkracht voor kiezen om iets te maken voor de ouders of om herinneringen op te schrijven”, vertelt Fiddelaers. “Je hebt ook leerlingen die veel boosheid in zich hebben door het verlies. Dan is het goed om met die leerlingen naar buiten te gaan en iets met het lijf te doen om de spanning eruit te laten.”

Tegelijkertijd zegt Fiddelaers dat het voor leerkrachten ook belangrijk is om met de leerlingen af te spreken wanneer de gewone lessen weer starten. Dat geeft de leerlingen houvast. Dat is ook precies wat het Onze Lieve Vrouwelyceum doet. Daar zijn de lessen 'gewoon' begonnen omdat zij uit ervaring weten dat het goed is om aandacht aan verdriet te besteden, maar dat ritme ook belangrijk is voor leerlingen.

Veerkracht van rector
En dan heb je nog de rector, die alle bordjes in de lucht moet houden. Volgens Fiddelaers vergt dat heel veel van iemands veerkracht. “Voor een directeur is het verlies van een leerling vaak heel heftig, omdat hij er zijn eigen gevoelens bij heeft maar hij deze tegelijkertijd naar achter moet schuiven.”

Mensen raken het vertrouwen kwijt.

Fiddelaers legt uit dat de rector veel moet regelen. Hij moet zorgen dat iedereen goed geïnformeerd is en hij moet zorgen dat zowel leerlingen als leerkrachten momenten hebben om stil te staan bij wat er gebeurd is. Dat het slachtoffer en de verdachte in dezelfde klas zaten is lastig, erkent de school."Dit maakt de situatie voor ons extra ingewikkeld."

Hulp van buitenaf
Fiddelaers zegt dat het soms ook te veel voor een school kan worden. “Een school kan zich afvragen of ze het wel goed genoeg doen, of dat een klas wel klaar voor is om aan de slag te gaan. Dan is het altijd goed om iemand van buitenaf mee te laten kijken”, zegt ze. “Want dat een school zoveel leerlingen heeft moeten verliezen, is voor een school namelijk erg zwaar.”

Vaker groot verdriet
Een situatie als deze, met een jong slachtoffer en een jonge verdachte die in dezelfde klas zaten, is uitzonderlijk. Wél werd het Onze Lieve Vrouwelyceum de afgelopen jaren vaker hard getroffen. Een jaar geleden hing de vlag halfstok bij de school na het plotselinge overlijden van de 16-jarige Floor Chatrer. En in mei vorig jaar stierf vwo-leerling Ide Schepers (16) uit Molenschot bij een ongeluk op snelweg A27 in de buurt van Bavel.

Vijf jaar geleden maakte de school een tragedie mee toen de broers Jeroen (15) en Allard (16) van Keulen uit Teteringen en hun ouders omkwamen bij de vliegramp met vlucht MH17 in Oekraïne. Het gezin was op weg naar Borneo voor een vakantie. In 2013 overleed de 16-jarige Eline de Jong uit Chaam. Zij kwam om het leven bij een ongeluk in Ulvenhout toen ze werd aangereden door een auto.

Rector moet zichzelf niet vergeten
“Doordat het al zo vaak op een school is gebeurd, raken mensen het vertrouwen kwijt. De rector moet het bespreekbaar maken voor iedereen. Hoe raakt het ons telkens weer opnieuw?”, legt Fiddelaers uit. “De rector moet vooral zichzelf niet vergeten en ook zorgen dat hij een uitlaatklep heeft.”