De geitensector groeit, ondanks Q-koorts en andere gezondheidsrisico’s [DOSSIER]

6 maart om 09:00
Foto: ANP / Flickr
Foto: ANP / Flickr
Nederland verdient goed aan geiten. Dat de geitenhouders in bescherming werden genomen tijdens de crisis rond Q-koorts, zoals in de vorige aflevering van deze reeks over Q-koorts aan bod kwam, komt door deze eenvoudige economische werkelijkheid: nooit de kip met de gouden eieren slachten! En ondanks actuele gezondheidsrisico’s blijft de sector gewoon groeien, provinciale geitenstops of niet. Hoe kan dat?
Profielfoto van Wim Heesterbeek
Geschreven door

Omroep Brabant reconstrueert samen met Follow the Money de Q-koortsepidemie tussen 2007 en 2011. Vorige keer: ‘Q-koorts kon om zich heen grijpen doordat de overheid steeds voor de geitenhouders koos [DOSSIER]’. Dit keer zoomen we in op de wereld van de geitenhouders.

Geitenkaas is populair en – in combinatie met walnoten en honing – onontkoombaar op menig menukaart. Die populariteit is zowel oorzaak als gevolg van de uitbundige groei van de intensieve geitenhouderij. De geit is een aantrekkelijke nichemarkt, de geitenhouder een goed verdienende boer. De Q-koorts heeft daar niets aan veranderd.

Verdrievoudiging
De Nederlandse veeteelt verdient het brood al jaren met kippen, koeien en varkens. De getallen zijn duizelingwekkend: 94,5 miljoen kippen, 3,6 miljoen runderen en 11,4 miljoen varkens. Het aantal geiten steekt daar bleekjes bij af, daar zijn er 614.339 van. Maar de geitenhouderij is wel de snelst groeiende tak van de intensieve veehouderij. Het aantal van 614.339 is een record.

Je zou zeggen dat het aantal geiten sinds 2010 - na de ruimingen vanwege de Q-koortsepidemie – minder is geworden. Niets is minder waar: het aantal is zelfs meer dan verdrievoudigd. Sinds 2017 voerden de meeste provincies geitenstops in, maar veel effect hebben ze niet. Dat komt omdat veel eerder verleende vergunningen nog niet helemaal benut zijn. Gevolg: steeds meer geiten leven steeds dichter bij mensen. Terwijl het dier de bron is van de Q-koortsepidemie en sinds een paar jaar ook in verband wordt gebracht met longontstekingen onder omwonenden van geitenhouderijen.

Geen zorgen maar groei
Voor de Q-koorts crisis leidden Nederlandse geitenhouders een zorgeloos bestaan. Geen varkenspest, geen vogelgriep, geen mond- en klauwzeer. Wanneer in Brabant Q-koorts uitbreekt, hoeven geitenboeren hun eerste vermoedens van Q-koorts ook niet te melden en ook hoeft er geen veearts ingeschakeld te worden. De meldingsplicht geldt alleen als er sprake is van grote economische schade en een grote ziektelast van het dier. Die waren bij Q-koorts te overzien. De factor ‘zieke mensen’ speelde geen rol.

Als in 2007 Q-koorts opduikt in Herpen, gaat Den Haag er al gauw van uit dat het wel meevalt met het besmettingsgevaar van de geit. Minister Ab Klink (Volksgezondheid) schrijft in oktober 2007 een brief waarin het woord ‘geiten’ slechts één keer voorkomt: ‘Herkauwers (schapen, geiten en koeien) zijn de belangrijkste bron van de ziekte voor de mens.’

De Partij voor de Dieren wil weten of de intensieve veehouderij niet moet worden beperkt, als zij gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Klink: ‘Er is op dit moment geen aanleiding om het bestaansrecht van de intensieve veehouderij in Nederland ter discussie te stellen.’ De geitensector groeit rustig door.

Na Q-koorts ook longontsteking
In 2016 wijst nieuw onderzoek op een verband tussen longontstekingen en geitenhouderijen. In Brabant en Limburg zijn per 100.000 inwoners 89 méér longontstekingen gevonden dan normaal. Vanaf juli 2017 geldt in onze provincie een geitenstop. Vergunningen voor nieuwe of grotere stallen worden geweigerd.

Niet overal gaat het zo soepel, op veel plekken zorgt de voorgenomen geitenstop voor weerstand. De regering wil zich er niet mee bemoeien en wacht op nader onderzoek, schrijven de ministers Bruno Bruins (Zorg) en Carola Schouten (Landbouw) in februari 2019: ‘Zolang er geen oorzaak van de longontstekingen is gevonden, is er ook geen objectief aangrijpingspunt op basis waarvan risicoreducerende maatregelen genomen kunnen worden, zoals een nationale begrenzing van de melkgeitenhouderij.’

Net als bij de Q-koorts
Het scenario dat zich nu voltrekt lijkt op de gang van zaken tijdens de Q-koorts crisis: een lange reeks studies naar de precieze oorzaak. Overheidsoptreden om het aantal geiten te verminderen? Den Haag kijkt nog even weg. Provincies die hun inwoners willen beschermen, zijn op zichzelf aangewezen. Zo ook de patiënt die vreest dat hij zijn longproblemen te danken heeft aan de geitenhouderij.

Ondanks de provinciale vestigings- en uitbreidingsverboden groeit de geitenstapel met een recordsnelheid van 533.000 in 2017 naar ruim 614.000 in 2019. Alleen al in Brabant, de meest door Q-koorts getroffen provincie en de eerste met een vestigings- en uitbreidingsverbod voor geitenhouders, kwamen er vorig jaar 3082 geiten bij.

Toch lijken de geitenstops wel een effect te hebben: geitenhouders weten hun melk veel duurder te verkopen dan hun collega’s met koeien: 63 cent per liter geitenmelk in 2019, tegen 36 cent per liter koemelk. Een kip met gouden eieren.

Wachten op privacy instellingen...