Karin werkt op de intensive care en helpt coronapatiënten: 'Ze zijn uitgeput en happen naar adem'

25 maart om 12:04
Verpleegkundige Karin van der Staak op de intensive care in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.
Verpleegkundige Karin van der Staak op de intensive care in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.
Het coronavirus in China? Ach, dat is zo ver weg. Net als veel anderen dacht ook intensivecareverpleegkundige Karin van der Staak (33) uit Drunen dat de infectieziekte in Nederland niet de kop zou opsteken. Nu ze alleen nog maar coronapatiënten onder ogen krijgt, liggen de kaarten duidelijk anders. Ze doet een boekje open over hoe zij deze weken ervaart: “Je ziet de angst in de ogen van patiënten. Dit heb ik in mijn leven nog nooit gezien.”
Profielfoto van Joris van Duin
Geschreven door
Joris van Duin

Nuchter van toon, soms lachend en een beetje laconiek. Aan de 33-jarige Van der Staak uit Drunen valt niet te merken dat zij deze weken als verpleegkundige op de intensive care van het Tilburgse Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) ‘in de frontlinie’ staat. Tegenstander: het coronavirus.

“Je moet een beetje nuchter zijn om jezelf staande te houden”, zegt Karin, terwijl ze vertelt over indringende gebeurtenissen. “En anders heb ik thuis nog twee kleintjes die ervoor zorgen dat ik op andere gedachten kom.”

Complexe zorg
Karin begon 12,5 jaar geleden bij het ETZ, waarvan ze de laatste tien op de intensive care (ic) werkt. Ze wilde mensen helpen die complexe zorg nodig hebben en kwam voor haar gevoel logischerwijs uit op de ic. Op die afdeling worden belangrijke lichaamsfuncties van patiënten overgenomen. Patiënten beademen is iets wat ze dagelijks doet. En nu in tijden van coronacrisis al helemaal. Het verschil zit hem in de hoeveelheid patiënten, die is van een hele andere orde. “Ze komen en gaan nu in sneltreinvaart.”

De nood is zo hoog dat iemand meteen aan de beademing moet

Twee weken geleden begon ze aan haar eerste dienst op de ‘corona-intensive care’ in het ETZ. Meteen zag ze de verschillen tussen normale - en corona-diensten op de ic.

“Bij de mensen die binnen komen, zie je de angst in hun ogen. Ze voelen zich zo benauwd en moeten heel hard werken om te kunnen blijven ademen. Normaal gesproken bellen we de familie dan altijd even: ‘uw partner ligt op de intensive care, hij gaat aan de beademing’. Dan proberen we een moment te creëren, zodat ze tijdelijk afscheid van elkaar kunnen nemen. Het is namelijk niet duidelijk hoe lang zo iemand in slaap gehouden wordt: twee dagen of twee weken. Dan is er toch nog een moment van samenzijn, zodat ze kunnen zeggen: ‘Ik hou van je. Ik ben er voor je. Het komt goed.’ Maar zo’n moment is er nu gewoon niet. De nood is zo hoog dat iemand meteen aan de beademing moet.”

‘Ze happen naar adem’
Veruit de meeste mensen met het coronavirus hebben milde klachten. Een klein deel belandt in het ziekenhuis, en voor een nog kleiner deel is beademingsapparatuur van levensbelang. Letterlijk. Het coronavirus kan een dubbele longontsteking veroorzaken, waardoor patiënten niet meer zelfstandig kunnen ademhalen.

“Patiënten die op de ic terechtkomen zijn niet meer in staat te praten. Eigenlijk zitten ze dan te happen naar adem. Ze dragen altijd een zuurstofkapje met veel zuurstof en zitten rechtop in bed. Vorige week kwam een compleet uitgeputte patiënt binnen, die zei: ‘Ik ben op. Ik kan niet meer’.”

Tijd om uitgebreid stil te staan bij wat Karin dagelijks meemaakt is er niet. De patiëntenstroom is er simpelweg te groot voor. Hulp van ziekenhuizen buiten Brabant is broodnodig, om de toeloop van coronapatiënten het hoofd te bieden. Sinds vrijdag namen zij driehonderd patiënten over. Volgens Karin is het een kwestie van ‘doordraaien, doorpakken en patiënten overplaatsen naar een ander ziekenhuis’.

'We laten je niet zomaar gaan'
“Wij moeten er voor de patiënten zijn. Je probeert ze gerust te stellen. Ook als mensen slapen, praat ik tegen hen. Dat is het minste dat we kunnen doen: de boodschap overbrengen: ‘we gaan goed voor je zorgen. We laten je niet zomaar gaan’.”

Coronapatiënten die op de intensive care worden verpleegd, zijn meestal tussen de 50 en 60 jaar oud. Een groot aantal heeft een blanco voorgeschiedenis qua ziektes.

“Dat zien we wel vaker, bij de griep bijvoorbeeld. Dan denk je: hoe kan zo’n gezonde vent nou hier liggen. Maar het gaat nu om wel erg veel mensen. Wat ook veel meer gebeurt dan we normaal gesproken doen, is mensen die aan de beademing liggen op hun buik leggen. Dat klinkt heel benauwend, maar zo krijgen de longen makkelijker zuurstof. Dat is niet 1, 2, 3 gebeurd. We staan daar dan met vier mensen en een arts in beschermende pakken omheen, en dan draaien we de patiënt heel langzaam om.”

Bloedhete pakken
Karin is als verpleegkundige vaak de hele dag met één of twee patiënten bezig. Het is hard werken. “We dragen beschermende kleren, een mondkapje en handschoenen. Zo’n pak is bloedheet. Het lijkt net alsof je met een regenjas aan door de regen fietst: je zweet veel. Als verpleegkundigen zijn we eigenlijk de hele tijd bij een patiënt op de kamer, waar we de situatie zo stabiel mogelijk proberen te houden. We schroeven aan de beademing, nemen bloed af om te controleren of wat de monitoren laten zien ook echt klopt. Vaak zijn mensen zo ziek dat ze een lage bloeddruk hebben. Die probeer je bij te sturen. Mensen stoppen ook met plassen. Dan dienen we ze extra veel vocht toe. Als ze dan nog niet plassen, gaan ze aan de dialyse. Ook geven we ze medicatie en sondevoeding.”

‘Dat was me een dagje’
De moeder van twee kinderen geeft eerlijk toe: ze neemt het werk nu wel net wat vaker mee naar huis dan ze normaal gesproken doet. “We hebben wel een rampenplan in het ziekenhuis: voor het geval er een busongeluk gebeurt of er een terroristische aanslag wordt gepleegd. Maar ik heb nooit gedacht zoiets als dit mee te maken. Tijdens het werk ben je de hele tijd bezig: gaan met die banaan. Dan vergeet je de tijd, is het vier uur en ben je vergeten te plassen. Maar als je dan eenmaal in de auto terug naar huis zit, denk ik weleens: ‘wat heb ik vandaag toch allemaal gedaan, dat was me een dagje’. Dan kletsen we er thuis even over. Maar dan denk ik tegelijkertijd: ‘hoe zouden mijn collega’s het nu hebben?’”

Een glazen bol heeft niemand, ook Karin niet. Toch lijkt de piek van de patiëntenstroom naar Brabantse ziekenhuizen eraan te komen: komend weekeinde is de toeloop volgens een rekenmodel het grootst.

‘We doen het echt samen als team’
“We stellen elkaar de vraag ook weleens: ‘lopen we over een paar maanden nog steeds in deze pakken rond?’ Maar ook dan komt mijn nuchtere kant van pas: het komt met de dag. We gaan zien hoe het loopt. Ergens is het ook wel bijzonder om als intensivecareverpleegkundige in de vuurlinie te staan. Wij doen ons uiterste best om mensen te helpen. Dit zorgt voor een enorm saamhorigheidsgevoel. Oud-collega’s zijn weer terug gekomen en iedereen zet de schouders eronder om er het beste van te maken. We doen het echt samen als team. Iedereen zet zich maximaal in.”

LEES OOK:

Lees alles over het coronavirus op onze speciale themapagina.

Wachten op privacy instellingen...