Video

200 jaar Zuid-Willemsvaart: welvaart en verdriet in drijvend museum

3 juli 2021 om 08:00 • Aangepast 9 april om 16:58
nl
Een varend museum vertelt de geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart. In een binnenvaartschip laat kunstenares Monique Broekman de verhalen van de mensen aan het kanaal zien en horen. Van bedrijven die bestaan dankzij het tweehonderd jaar oude kanaal tot Harrie die dakloos is door de verbreding ervan. Van welvaart voor Veghel tot verdriet in Schijndel.
Profielfoto van Noël van Hooft
Geschreven door

In 2022 wordt gevierd dat de Zuid-Willemsvaart tweehonderd jaar bestaat. Daarom vaart Monique vanaf zondag van Helmond, via Veghel, naar Limburg en België met in het schip de geschiedenis van het kanaal.

Feitjes over de Zuid-Willemsvaart:

  • Eind 1822 begonnen de werkzaamheden. In 1826 was het grootste gedeelte klaar.
  • Het kanaal is 122 kilometer lang.
  • En loopt van Luik (België) tot aan Den Bosch.
  • Het kanaal werd met de hand gegraven.
  • Bij onder andere Helmond en Den Bosch is het kanaal om de stad geleid vanwege het drukke scheepvaartverkeer.

Donkere kant
Vrijdagmiddag is Monique nog druk bezig om het ruim van het binnenvaartschip om te toveren tot een museum. Via een zelfgemaakte trap kom je het schip binnen. Als eerste valt een groot bioscoopscherm op. Het varende museum is namelijk in twee delen gesplitst: een tentoonstelling met voorwerpen, schilderijen en borduurwerkjes en een filmzaal met de verhalen van ‘de bewoners’ van de Zuid-Willemsvaart.

De verhalen zijn heel divers vertelt de kunstenares. Zo gaan ze over de bedrijven die dankzij het kanaal bestaan. Of denk aan Veghel dat door de Zuid-Willemsvaart een handelsplaats is geworden. Zonder het water stond de stad er economisch heel anders voor. Maar ook de donkere kanten van het kanaal zijn te vinden in het schip.

Dakloos door kanaal
Zo is Harrie Smulders uit Schijndel dakloos door de verbreding van de Zuid-Willemsvaart. Het enige wat hij nog uit zijn woning heeft, een lamp met gebreide lampenkap, is te bewonderen in het varende museum. Sinds 3 januari 1995 leeft Harrie in zijn auto en op campings.

Volgens de Schijndelaar is zijn huis onterecht onteigend. Zijn huis werd in de eerste dagen van 1995 afgebroken door de gemeente en Rijkswaterstaat zonder dat hij er afstand van gedaan heeft. Sinds die dag is de man dakloos en voert hij juridische processen tegen de overheid, zonder succes overigens.

Groei dankzij Zuid-Willemsvaart
Maar verder vooral veel mooie verhalen over de Zuid-Willemsvaart. Wie van Den Bosch naar Veghel rijdt ziet de grote blauwe kranen waarmee containers worden geladen en gelost aan het water staan. Zo vertelt de 86-jarige Harrie van Berkel de geschiedenis van de Van Berkel Groep.

Zijn verhaal begint in 1955 toen hij de eerste tractor van het dorp kocht. Met die aankoop ging hij andere boeren helpen en zo ontstond een familiebedrijf. In 2004 kwam de Zuid-Willemsvaart in beeld. Van Berkel begon met een op- en overslaglocatie voor containers van binnenvaartschepen in Veghel. En doordat er sinds 2014 grotere schepen richting Veghel kunnen, kan Van Berkel groeien.

Nog meer verhalen en voorwerpen
Terwijl de video’s van over Smulders en Van Berkel op het bioscoopscherm afspelen, is Monique druk met de vitrinekast. Rond haar staan nog ingepakte schilderijen en liggen tassen vol met spullen. Zondag moet het allemaal klaar zijn want dan is de opening van ‘Dat wat blijft’ aan de Albatroskade in Helmond.

Een weekje later vaart Monique door naar Veghel om vervolgens in oktober naar Weert en Maastricht te varen. Volgend jaar komt het museum dan in Den Bosch en terug naar Veghel. ‘’Met hopelijk nog meer verhalen van de mensen aan het water. Want ik hoop overal nieuwe verhalen en spullen te krijgen’’, besluit de kunstenares.

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Deel dit artikel
Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!