Wordt er straks nog een prins gevonden in Tullepetaonestad en ’t Krabbegat?
In Tullepetaonestad en ’t Krabbegat dreigt een toekomstig tekort aan prinsen carnaval. Er zijn genoeg Tullepetaontjes en Krabbekes, maar doordat veel kinderen niet in hun eigen stad zijn geboren voldoen zij straks mogelijk niet aan de spelregels. En dus rijst de vraag: zijn er straks nog voldoende kandidaten om hoogheid te worden in Roosendaal en Bergen op Zoom?
Al elf jaar worden de meeste Tullepetaontjes geboren in het Bravis Ziekenhuis in Bergen op Zoom. Sinds de opening van het Moeder en Kind Centrum in 2015 gaat het om 4708 kinderen. Aangezien ruim driekwart van alle bevallingen in dit ziekenhuis plaatsvindt, betekent dit dat bijna een hele generatie Tullepetaontjes tussen 0 en 11 jaar in ’t Krabbegat geboren is. Het aantal groeit nog steeds.
Melissa Emmen uit Roosendaal kan erover meepraten. Haar dochter Esmee werd ruim een jaar geleden geboren in Bergen op Zoom. “Wat bizar dat het om zoveel kindjes gaat. De spoeling bij de zoektocht naar een nieuwe prins wordt straks wel erg dun. Bovendien kunnen de kindjes er niks aan doen. Ik denk dat ze het protocol zullen moeten aanpassen”, vertelt ze.
“Daar hebben we inderdaad een probleem te pakken,” bevestigt Jacqo van Gastel, voorzitter van de carnavalsstichting in Roosendaal. Volgens hem zijn er op korte termijn nog genoeg kandidaten om prins te worden, maar over tien tot vijftien jaar hebben ze in Tullepetaonestad mogelijk een vergrootglas nodig om een hoogheid te vinden.
"Hebben ze in Roosendaal zoveel Krabbekes rondlopen?"
Het probleem zou eenvoudig kunnen worden opgelost als Tullepetaonen de verplichting om in Roosendaal geboren te zijn loslaten. Daar wil Jacqo echter nog niet aan. “Gelukkig speelt het nu nog niet meteen, maar we zullen er ons serieus over moeten buigen. Zoveel is wel duidelijk.”
Zijn collega Bas van Oevelen, voorzitter van de Stichting Vastenavend in Bergen op Zoom, ziet de humor van het ‘probleem’ wel in. “Hebben ze in Roosendaal zoveel Krabbekes rondlopen? Dat komt de sfeer alleen maar ten goede. Wij geven ze graag het goede voorbeeld en we schamen ons niet voor onze exportproducten.”
De ludieke rivaliteit tussen ’t Krabbegat en Tullepetaonestad bloeit steevast op tijdens carnaval en vastenavend. Sommige Tullepetaonse ouders proberen Bergen op Zoom koste wat het kost te vermijden. Zo kozen Martijn Voeten en zijn vrouw ervoor om hun dochters Noor (8) en Jade (5) in ’t Kielegat geboren te laten worden.
"Toen de verloskundige zei dat we naar Bergen op Zoom zouden moeten, begon het bij ons meteen te jeuken."
“We wilden aanvankelijk thuis bevallen, maar dat bleek niet meer mogelijk. Toen de verloskundige zei dat we naar Bergen op Zoom zouden moeten, begon het bij ons meteen te jeuken. ‘Allesbehalve dat!’, zeiden we tegen elkaar. Ze beseffen het nu nog niet, maar later zullen ze ons zeker dankbaar zijn, hahaha.”
Het Moeder en Kind Centrum van het Bravis Ziekenhuis zit nu nog in Bergen op Zoom, maar in 2029 verhuist de kliniek naar de nieuwe locatie van het ziekenhuis in Roosendaal. Dat betekent dat over drie jaar de situatie zal omkeren: Krabbekes zullen dan als Tullepetaontjes ter wereld komen. De ‘prinsenkwestie’ verschuift daarmee van Roosendaal naar Bergen op Zoom.
“Wrijf het er nog maar eens in,” lacht Bas van Oevelen. “Voor ons speelt dit gelukkig pas over zo’n vijfentwintig jaar. Tegen die tijd vinden we daar zeker een oplossing voor. We zullen de voorwaarde om in ’t Krabbegat geboren te zijn waarschijnlijk moeten loslaten en wat meer diversiteit invoeren.” Bas sluit daarbij een prinses niet uit. “Waarom niet?”
"Ondanks dat we voor de bühne de onderlinge strijd graag in stand houden, kunnen wij achter de schermen uitstekend met elkaar overweg."
Jacqo van Gastel verwacht dat beide steden er uiteindelijk een mouw aan zullen passen om de prinsenkwestie op te lossen. “We moeten de onderhandelingen hierover binnenkort maar eens starten. Regeren is tenslotte vooruitzien.”
Hij vervolgt: “Ondanks dat we voor de bühne de onderlinge strijd graag in stand houden, kunnen wij achter de schermen uitstekend met elkaar overweg. En wat onze jonge Tullepetaontjes betreft: dat zijn geen Krabbekes hoor. Ook zij zijn echte Tullepetaontjes.”
De gedachte dat een hoogheid uit Roosendaal ooit de scepter zwaait in ’t Krabbegat, of dat een Bergenaar het carnaval aanvoert in Tullepetaonestad, zorgt nu nog voor buikpijn. Toch lijkt het onvermijdelijk dat ze eraan zullen moeten wennen. In ’t Krabbegat is voorzichtig al een eerste stap gezet: Diemer van Wijk uit Roosendaal is er (tot komend carnaval) al jarenlang nar tijdens de Vastenavend.
