Opsporingsfoto's openbaar maken om verdachten te vinden: mag dat zomaar?
De politie deelt beelden van dertien Brabantse verdachten van oplichting op schermen, sociale media en de website van de politie. Eerst onherkenbaar, maar als ze zich niet melden, verschijnen ze later herkenbaar. Dat roept vragen op: mag dat zomaar? En wie beslist daarover?
De actie maakt deel uit van de landelijke campagne Game Over, waarin in totaal honderd verdachten in beeld worden gebracht. Ze zouden zich hebben voorgedaan als agent en als bankmedewerkers. Melden ze zich niet, dan worden hun gezichten op 23 maart herkenbaar in beeld gebracht, wat een flinke inbreuk op hun privacy betekent.
Beslissing ligt bij het Openbaar Ministerie
De politie doet onderzoek en verzamelt bewijs, maar mag beelden niet op eigen houtje publiceren. De beslissing om dat te doen, ligt bij het Openbaar Ministerie (OM). “Daar zijn strenge regels aan verbonden”, vertelt Mark van der Wel, persvoorlichter van het OM Oost Brabant.
We maakten een podcast-aflevering hierover met Kort en Bondig, die kan je hieronder luisteren.
Binnen het OM zijn twee officieren aangewezen die daarvoor een mandaat hebben. Zij beslissen of het tonen van de beelden nodig is om een verdachte te vinden. Wel moeten eerst minder ingrijpende middelen zijn ingezet. Zo worden beelden vaak eerst intern bij de politie gedeeld en daarna onherkenbaar gepubliceerd.
“We willen verdachten eerst de kans geven om zichzelf te melden”, zegt Van der Wel. Gebeurt dat niet, mogen de beelden herkenbaar naar buiten.
Zware afweging
Om de beelden te delen moet het opsporingsbelang dus zwaarder wegen dan de inbreuk op de privacy van de verdachten. Het doel is duidelijk: verdachten opsporen en het publiek informeren, maar zonder onnodige schade te veroorzaken.
Het gaat bovendien altijd om serieuze misdrijven. “Als jij één tandenborstel steelt bij Kruidvat, word je niet op beeld gezet. Het moet echt om een serieus feit gaan”, legt Van der Wel uit. “Gaat het om dozen vol, kan het weer een ander verhaal zijn. De officier bekijkt bij iedere zaak of het tonen van beelden in verhouding staat tot het misdrijf, en die afweging wordt telkens opnieuw gemaakt.”
De keuze om beelden te delen is bijvoorbeeld eerder gemaakt na de kampioensrellen van PSV Eindhoven in 2025, toen kwamen de relschoppers herkenbaar in beeld, in de hoop dat ze opgepakt konden worden.
Effectief
Volgens het OM levert die aanpak regelmatig resultaat op. “Het komt zeker voor dat mensen zichzelf herkennen of herkend worden en zich dan melden”, zegt Van der Wel. Soms spelen familieleden daarbij een rol. “Er zijn verhalen bekend dat een vader of moeder de eigen zoon herkende en die zelf kwam afleveren op het bureau.”
De campagne moet niet alleen verdachten opsporen en herhaling voorkomen, maar ook mensen afschrikken om zich te laten gebruiken als nepagent of nep-bankmedewerker. Volgens Van der Wel gaat het vaak om loopjongens, terwijl grotere fraudeurs moeilijker te pakken zijn. Zodra iemand zich meldt of wordt herkend, worden de beelden zo snel mogelijk verwijderd.
‘Vergaande maatregel’
Ook strafrechtadvocaat Leonie van der Grinten noemt het herkenbaar tonen van verdachten een ingrijpend middel. “Ik vind het een vergaande maatregel. Privacy is een heel groot goed. Alles wat op internet komt te staan, blijft daar een eeuwigheid”, vertelt ze.
Ze wijst ook op de scheve verhouding: de beelden treffen vaak jonge loopjongens, terwijl de grotere fraudeurs buiten beeld blijven. “Het kan echt hun hele toekomst beïnvloeden. Misschien heb je de rest van je leven een probleem als het gaat om het zoeken van een baan.”
Volgens haar is het middel alleen te rechtvaardigen als het opsporingsbelang duidelijk zwaarder weegt dan de schade voor de verdachte.
