Werkwijze Yes We Can-kliniek: 'Geen bewijs dat behandeling werkt'
Wat gebeurt er achter de deuren van de Yes We Can Clinic in Hilvarenbeek? Na de onthullingen over schrijnende ervaringen van oud-cliënten en -medewerkers, verschuift de aandacht nu naar de kern van de kritiek: de manier waarop jongeren met psychische- en gedragsproblemen daar behandeld worden en of die aanpak wel geschikt is voor deze doelgroep.
In de nieuwste uitzending van het BNNVARA-programma BOOS van Tim Hofman ligt de Yes We Can-kliniek onder vuur: tientallen oud-cliënten en (oud-)medewerkers en experts vertellen over de behandeling die volgens hen kan leiden tot psychische schade en grensoverschrijdend gedrag, waarbij ze gepest of vernederd werden door ervaringsdeskundigen.
De kliniek behandelt jaarlijks meer dan duizend jongeren van 13 tot 23 jaar met psychische problemen, gedragsproblemen of problematisch middelengebruik. Ze presenteren zichzelf als laatste redmiddel en zeggen op hun site: 'Als niets meer werkt, zijn we voor veel jongeren en hun ouders het keerpunt in hun leven.'
Gebaseerd op verslavingszorg
Yes We Can werd in 2010 opgericht door Jan‑Willem Poot, die zijn eigen ervaringen met verslaving als basis voor de behandeling gebruikt. De kliniek werkt met een methode die is afgeleid van het Minnesota Model uit de verslavingszorg, waarbij ervaringsdeskundigen een grote rol spelen en confrontatie een vast onderdeel is. Deze ‘one‑fits‑all’ aanpak wordt door de kliniek toegepast bij alle jongeren met uiteenlopende problematiek, zoals trauma, autisme en depressie.
Volgens Eva Mulder, van het Nederlands Jeugdinstituut, wringt daar de schoen. "Yes We Can gebruikt een methodiek die oorspronkelijk uit de verslavingszorg komt en past die nu toe op kinderen met meerdere typen problemen. Die methodiek is niet ontwikkeld voor deze verschillende problematiek, en daar moet je heel transparant over zijn tegenover ouders en jongeren die voor deze behandeling kiezen”, vertelt ze in de BOOS-aflevering.
‘Liefdevol confronteren’
Een belangrijk onderdeel van de behandeling zijn groepssessies, waarin jongeren onder begeleiding van hun counselors, jonge ervaringsdeskundigen, worden geconfronteerd met hun gedrag en ervaringen.
De kliniek noemt dit 'liefdevol confronteren'. Annemiek Harder, hoogleraar wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg zegt hierover: “Confronteren doe je niet door een ander de put in te praten of heel negatief te doen over iemand. Dan werkt het gewoon niet in positieve zin.”
Oud-cliënten en medewerkers spreken over situaties die uit de hand lopen: van pesten en vernederen tot het moeten nabootsen van je eigen begrafenis.
Twijfels over deskundigheid
Ook over de rol van counselors is veel kritiek: zij zijn ervaringsdeskundigen en hebben vaak geen opleiding in de geestelijke gezondheidszorg, terwijl ze een grote rol spelen in de behandeling.
Oud-medewerkers waarschuwen dat dit risico’s oplevert. Zo zegt een van hen: “Met wat ik nu weet over groepstherapie weet ik zeker dat het niet veilig genoeg was voor iedereen. We moesten gewoon de tien stappen volgen voor elke problematiek.” Een ander oud-medewerker vult aan: “Niet alle counselors kunnen dat. Daar zit het grootste gevaar voor grensoverschrijdend gedrag, omdat counselors vanuit hun gevoel en ervaring dingen kunnen doen. Totdat ze de plank misslaan.”
Schuldgevoelens
Een ander punt van kritiek is de nadruk op eigen verantwoordelijkheid in de behandeling, een kernprincipe uit het Minnesota Model voor verslavingszorg. Bij kwetsbare jongeren met trauma, slachtoffers van seksueel misbruik of suïcidale gedachten kan dit echter verkeerd uitpakken.
Hoogleraar Annemiek Harder waarschuwt: “Het risico is dat jongeren denken: ja, het is mijn schuld. Ik ben het probleem. Je ziet geen perspectief meer, en dat is een groot risico, bijvoorbeeld voor suïcide.”
Geen bewijs voor effectiviteit
Yes We Can stelt dat 74 procent van de jongeren na een opname geen specialistische zorg meer nodig heeft. BOOS ontving ter onderbouwing diverse documenten van de kliniek, onder verantwoordelijkheid van CEO Johan Linssen.
BOOS heeft deze documenten voorgelegd aan Pim Cuijpers, emeritus hoogleraar klinische psychologie, en hij spreekt duidelijke taal: “Het is geen onderzoek dat laat zien dat de behandeling daadwerkelijk werkt. Je kunt niet zeggen dat de combinatie van de verschillende onderdelen effectief is”, legt hij uit.
Cuijpers benadrukt dat sommige onderdelen, zoals het inzetten van ervaringsdeskundigen, afzonderlijk wel onderzocht zijn en mogelijk een positief effect kunnen hebben. Maar uit die losse resultaten kan niet worden geconcludeerd dat het hele programma zo effectief is als de kliniek beweert.
Reactie van Yes We Can Healthcare Group:
"In de uitzending worden ervaringen gedeeld van oud-fellows en betrokkenen die hun behandeling als pijnlijk of niet passend hebben ervaren. Die ervaringen nemen wij serieus. Over pijn gaan we niet in discussie. Als iemand dit zo heeft beleefd, dan doet dat ertoe.
Tegelijk weten we dat we werken met jongeren in zeer complexe situaties, met uiteenlopende complexe problematiek, waarin behandelingen intensief zijn en ervaringen kunnen verschillen. Dat maakt dat er niet één verhaal is, maar meerdere perspectieven naast elkaar bestaan", laten ze weten aan Omroep Brabant.
