André rende 270 kilometer door de woestijn: 'Het was overleven'
Het is hem gelukt. André Bockholts (46) uit Veldhoven heeft de Marathon des Sables, een van de zwaarste hardloopwedstrijden ter wereld, uitgelopen. Eén week lang rende hij 270 kilometer door een bloedhete woestijn in Marokko. “Het was emotioneel best zwaar.”
Eigenlijk, zegt André, is het niet te beschrijven hoe deze week was. Toch probeert hij het zondag in gesprek met Omroep Brabant aan de lijn vanuit Marokko. Hij zit bij te komen in een restaurantje, genietend van pizza, hamburger en een cola.
“We hebben de hele week op gevriesdroogde maaltijden geleefd en hele bouillonblokjes opgegeten om ons zout aan te vullen”, vertelt hij. “Dus we hebben de hele tijd gefantaseerd: wat gaan we als eerste eten als we weer terug zijn?”
Dat werd dus dit feestmaal. Spierpijn? “Nee, dat heb ik eigenlijk niet.” Hij lacht. “Als iemand zou zeggen dat ik morgen weer mag, dan zeg ik: kom maar op.”
"Het is heet, je gaat door het zand en je rugzak is zwaar. Het is overleven."
Ondanks zijn optimisme was het een heftige week. Het begon al met de reis. “Ik vloog vorige week naar Marrakesh. De volgende dag zat ik zes uur in een bus, de dag daarna weer vijf uur en dan sta je opeens met je koffer in de woestijn.”
André kreeg een tent – “of ja, meer een doek met een tapijt erin” – toegewezen. Daar lag hij de hele week met acht mensen in. Hij had zo’n anderhalve meter voor zichzelf. Daarna volgde een tassencontrole. Deelnemers moeten namelijk bijna al hun spullen zelf meenemen, van eten tot medicijnen. Ze krijgen alleen water en een tent.
Gevolg: André had zo’n negen kilo op z’n rug. Gedurende de week werd dat wel wat minder, omdat zijn maaltijden op raakten en hij wat minder water meenam.
Na een medische check kon de race beginnen. De deelnemers liepen in totaal zes etappes.
“We begonnen met 32 kilometer”, vertelt hij. “Dat was wennen: het is heet (zo’n 30 graden), je gaat door het zand en je rugzak is zwaar. Het is overleven en je weet: over twee dagen moet ik 100 kilometer gaan lopen. Je probeert dus nog een beetje op reserve te rennen.”
Kort samengevat is dat wat de Veldhovense renner daarna elke dag deed: lopen, herstellen en weer opnieuw beginnen. “Ik heb heel veel getraind, dus bij mij ging het redelijk goed. Ik kwam elke dag als eerste in de tent aan en heb alleen wat kleine blaartjes gehad. Maar ik zag om me heen mensen oververhit raken of onderweg omvallen. Het is echt wel pittig.”
"Het is echt geweldig wat mensen die je bijna niet kent voor je kunnen doen.”
Voor André was het vooral mentaal ‘een rollercoaster.’ Tijdens het telefoongesprek breekt af en toe zijn stem als hij terugdenkt aan de ervaring. Vooral de vrijwilligers aan de kant sleepte hem er doorheen. “Het is echt geweldig wat mensen die je bijna niet kent voor je kunnen doen”, zegt hij geëmotioneerd.
Ook zijn vrouw Marleen en dochter heeft hij gemist. Elke dag mocht hij wat voor zijn vrouw inspreken, maar dat was lastig. “Ik moest telkens huilen.”
Gelukkig ziet hij ze bijna weer: maandagavond vliegt hij naar huis. Nu geniet hij nog even na met de groep mensen met wie hij in korte tijd een band heeft opgebouwd én van alle basale dingen in het leven. “Je bent opeens zo dankbaar voor een douche en een goed bed.”
