Uitverkochte show onzeker, maar Joël Borelli blijft geloven in stadiondroom
Waar de concerten van Bij ons in Brabant in het PSV-stadion vrijdag en zaterdag bijna helemaal uitverkocht waren, is de situatie na de gedwongen verplaatsing naar maandag compleet anders. De kaartverkoop blijft vooralsnog achter en dat doet organisator en entertainer Joël zichtbaar pijn. Toch weigert hij zijn jongensdroom los te laten: "Het wordt hoe dan ook een geweldige avond."
Als hij zondag in het stadion zit, valt de teleurstelling van de afgelopen dagen hem even zwaar. "Die drie dagen voelen als drie weken", lacht de Eindhovenaar schamper. "Het was een rollercoaster van hoop, teleurstelling, euforie, verdriet en weer doorgaan. Ik ben een dromer en ik had zó gehoopt dat mensen dit geweldige feest zouden willen meemaken. Er zit zoveel liefde en werk in."
"Ik ben het aan dat menneke van vroeger verplicht om er iets moois van te maken."
Het evenement zou op vrijdag en zaterdag in het Philips Stadion plaatsvinden, maar door de extreme hitte werd de vergunning van het evenement ingetrokken. De organisatie zette alles op alles om ticketkopers een alternatief te bieden en maandagavond 29 juni het feest alsnog te geven. Maar op zondagmiddag blijkt dat van de ruim 50.000 verkochte kaarten er slechts 14.000 zijn omgezet naar een ticket voor de maandag avond; een half gevuld stadion tot nu toe dus.
Joël pinkt een traantje weg aan de telefoon: "Ik besef me dat ik een zondagskind ben, dat er heel veel ellende is op de wereld en dat ik een geweldig gezin en geweldige vrienden heb." De zanger slikt even: "Maar ik voel me zó verplicht aan mezelf, aan dat menneke dat hier vroeger op de tribune droomde van een optreden, om toch uit te verkopen, maar zo ver zijn we nog niet."
"We hebben gisteren voor onszelf gespeeld, in een leeg PSV-stadion."
Die emotie kwam zaterdagavond ongefilterd naar buiten. Nadat de verkoop van de nieuwe tickets stilviel, liep Joël nog één keer het lege stadion in. Hij ging alleen op het podium zitten en barstte in tranen uit. "Ik ben eigenlijk helemaal geen huiler, maar het kwam er gewoon uit."
Lang bleef hij niet alleen. Zijn producent kwam naar het stadion, zette een piano op het podium, haalde iets te drinken en belde de drummer. Even later stonden ze met een klein groepje muziek te maken in een verder volledig leeg stadion. Later sloten ook zijn kinderen aan. "Dat spontane optreden voelde eigenlijk veel groter door alles wat er was gebeurd", vertelt hij. "Mensen hebben vaak gewoon geen idee wat voor werk maar ook liefde hier in zit. Die avond hebben we gelachen en ging ik met een glimlach naar bed." Nu heeft hij nieuwe energie en zet hij alles op alles om meer tickets te verkopen.
"Het wordt hoe dan ook een groot feest."
Inmiddels is ongeveer de helft van het stadion gevuld. Dat is volgens Joël nog lang niet waar hij op had gehoopt, maar hij ziet kansen. "Ik merk dat veel mensen niet weten hoe het werkt. Sommigen denken dat ze met hun oude ticket gewoon naar binnen kunnen, terwijl ze hun ticket eerst moeten verzilveren voor de nieuwe datum. Ik hoop echt ze dat alsnog doen."
Hij neemt het de bezoekers in ieder geval niet kwalijk als ze er niet kunnen zijn. "Ik snap heus dat sommigen misschien op maandag iets anders hebben gepland, geen oppas hebben voor de kinderen of dinsdag vroeg moeten werken", zegt hij, al hoopt hij wel dat zijn enthousiasme mensen nog extra hun best laat doen. "Ik ben misschien niet zo'n realist, ik had gewoon gehoopt dat al die mensen die een kaartje hadden het feest ook op maandag zouden willen meemaken waar zo veel werk in zit, maar daar zijn we nu nog niet."
Joël zegt de zakelijke kant niet meer belangrijk te vinden: "We moeten zeker diep in de 20.000 kaarten verkopen om quitte te spelen, ik verwacht niet dat dat gaat lukken." Ondanks alles staat één ding voor Joël vast: de artiesten komen, de show staat en het publiek dat er wél is, krijgt alles wat hij in zich heeft. "Natuurlijk hoop ik dat het stadion de komende uren nog verder volloopt, maar iedereen die maandag komt, gaat een avond beleven waar we met ons hele hart voor hebben gewerkt."
