Opnieuw opgepakt: waarom deradicaliseren zo lastig is
Radicaliseren is vaak ingewikkeld, en zekerheid over of een behandeling werkt is er niet. Dat zegt psychologe Gaby Thijssen. Zij promoveerde aan Tilburg University op onderzoek naar deradicalisering, na jaren te hebben gewerkt op de terreurafdeling van de PI Vught. Woensdag werd een 19-jarige Eindhovenaar opnieuw aangehouden in een terrorismeonderzoek. Eerder werd hij al veroordeeld voor het plannen van een aanslag. "Ze zijn heel goed in vertellen wat een ander wil horen", zegt Thijssen.
Woensdag haalden invallen in Eindhoven, Rotterdam en Alkmaar het nieuws groot. De 19-jarige Muhammed K. uit Eindhoven en twee minderjarige verdachten werden aangehouden. Ze zouden mogelijk bezig zijn geweest met de voorbereiding van een aanslag.
Opvallend is dat alle drie eerder al in beeld waren bij terrorismeonderzoeken. De twee minderjarigen zouden op TikTok hebben opgeroepen tot terrorisme, meldde de NOS. Muhammed K. werd eerder veroordeeld voor het plannen van een aanslag en was pas twee jaar op vrije voeten.
Moeilijk te testen
Juist zulke zaken maken de vraag extra prangend: hoe voorkom je dat iemand opnieuw radicaliseert? Dat is in de praktijk ontzettend ingewikkeld, zegt Thijssen. "Er zijn in de wereld niet zo veel terroristen, dus die inschatting van het risico is ingewikkelder. Je kunt moeilijk testen of een behandeling ook echt werkt."
Bij medisch onderzoek wordt doorgaans getest op effectiviteit, bijvoorbeeld door een controlegroep te onderzoeken op het placebo-effect. Bij deradicalisering kan dat niet, legt ze uit. "Dat kunnen wij niet doen. Je kunt niet testen of iemand een bom in het vervolg echt laat afgaan. Daardoor weet je niet of het gesprek met de psycholoog, het lezen van een bepaald boek, of bijvoorbeeld een bezoek van een imam, werkt."
Niet één type terrorist
In haar onderzoek stond één vraag centraal: waarom radicaliseert iemand? Een simpel antwoord bestaat niet. "Er is niet één type terrorist, en dus ook niet één type radicaliseringsproces. Als we mensen als het ware door een soort wasstraat konden halen met een methode die op iedereen toepasbaar is, waren we snel klaar", legt de psychologe uit. "Maar juist omdat ieder individu zo anders is, vraagt het bij iedereen ook een andere manier om het effect terug te draaien."
De meeste mensen die radicaliseren, zijn volgens haar tussen de 21 en 30 jaar oud. Vaak hebben zij weinig houvast in de maatschappij. "Ze hebben een grote behoefte aan verbondenheid, ergens bij willen horen. Ook speelt soms een gevoel van achterstelling en onrecht mee, en je ziet ook personen die op zoek zijn naar betekenis, iets om hun leven zin te geven."
De bubbel barst
Ook de omgeving speelt een grote rol. Geradicaliseerde vrienden, familieleden of onlinecontacten kunnen iemand verder de verkeerde kant op trekken. Maar diezelfde sociale kring kan juist helpen bij het deradicaliseren. "Die sociale steun vanuit de omgeving is ook heel belangrijk bij het deradicaliseren. Daar probeer je op in te zetten: ze herenigen met familie en vrienden."
Dreiging voor de nationale veiligheid
Voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is het online radicaliseren van jongeren al langer in doorn in het oog. Het recruteren van jongeren gaat volgens de organisatie snel en komt voornamelijk uit jihadistische hoek. De NCTV noemt de dreiging in rapportern een gevaar voor de nationale veiligheid.
Een wondermiddel om iemand van een gevaarlijke ideologie af te helpen, bestaat niet. Soms valt een overtuiging vanzelf weg. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij IS-gangers die bij aankomst ontdekken dat de beloofde droomwereld niet bestaat. "Beloftes van een huis met een zwembad, een vrouw, en het is hier fantastisch. Vervolgens komen ze aan en leven ze onder de meest erbarmelijke omstandigheden en moeten ze de meest vreselijke dingen doen. Ze voelen zich dan genept door IS. De bubbel van het geloof klapt dan ineens uit elkaar."
Kans op herhaling
Soms is iemand daardoor al gederadicaliseerd voordat de gevangenisstraf begint. Dat betekent niet dat diegene meteen vrijkomt. "Het is niet zo dat iemand vrijgelaten wordt zodra die gederadicaliseerd is. Als de rechter zegt: je moet tien jaar zitten, dan zit je tien jaar. En dan word je vrijgelaten, ook als je nog niet gederadicaliseerd bent."
Juist dat laatste zorgt voor onrust in de samenleving. Want hoe weet je of iemand bij zijn vrijlating nog gevaarlijk is? "Je kunt wel zeggen: iemand mag pas uit de gevangenis als die gederadicaliseerd is. Maar hoe weet je dat? Deze mensen zijn heel goed in vertellen wat de ander wil horen. Je kunt nooit in iemands hoofd kijken."
Kleine groep
Toch is de kans op herhaling volgens haar onderzoek kleiner dan veel mensen denken. "De gedachte leeft in Nederland heel erg dat terroristen telkens opnieuw de fout ingaan."
Wereldwijd zou ongeveer vijf procent van de terroristen opnieuw de fout ingaan. Bij reguliere strafbare feiten ligt dat percentage volgens Thijssen veel hoger: rond de tachtig tot negentig procent. "Het is maar een kleine groep die opnieuw de fout ingaat. De enorme angst die veel mensen hebben, dat die mensen weer een aanslag gaan beramen, is dus meestal niet terecht."
Een echt goede studie naar wat aantoonbaar werkt tegen radicalisering, ontbreekt nog. Eén middel helpt volgens Thijssen eigenlijk altijd: ouder worden.
