Ontdek
VIDEO

Opa Harrij over impact terugkeer veroordeelde pleegvaders: 'Leven in hel'

Vandaag om 05:30 • Aangepast vandaag om 07:48

Geen rust heeft opa Harrij Schmeitz sinds twee veroordeelde zedendelinquenten na hun strafzaak terug in hun wijk in Den Bosch zijn komen wonen. Hoe het toezicht op de mannen verloopt, weten Harrij en andere omwonenden niet en dat baart hen zorgen. Reclassering Nederland legt daarom in zijn algemeenheid uit hoe dat toezicht in zijn werk gaat.

Profielfoto van Evie Hendriks
Geschreven door

"Dit kan niet waar zijn." Dat was de eerste gedachte die door het hoofd van Harrij schoot toen hij las dat zijn buurtgenoten waren veroordeeld voor het misbruiken van hun pleegkinderen en hond. De mannen waren voor hem geen onbekenden. Hij had ze in de loop der jaren gezien in de buurt en op de verjaardagen van zijn kleinkinderen.

"We waren zelfs een beetje trots op ze. Dat je mensen in de buurt hebt die pleegkinderen in hun gezin willen opnemen", blikt hij terug. Dat mensen die hij goed kent een paar jaar later veroordeeld worden voor deze feiten, raakt Harrij diep. 

"Je bent een stuk vrijheid kwijt."

De situatie beheerst al maanden zijn familie. "We leven in een hel. Je bent een stuk vrijheid kwijt. Mijn dochter vraagt of ik wil oppassen als zij iets in huis wil doen. Dan zijn de kinderen in de tuin aan het spelen en moet ik opletten of de buren niet uit het raam de tuin in kijken of beelden maken."

De opa en oud-voorzitter van het jeugdwerk in de wijk schreef een open brief om de zorgen van de buurt te verwoorden. "Wij zijn bang dat het nog een keer misgaat. Aan het einde van de straat zit een speeltuintje, voetbalveldje, hondenuitlaatveld, een dansschool en een basisschool." Ook een incident half juli waarbij een bierflesje tegen het huis van de mannen werd gegooid, heeft het veiligheidsgevoel van omwonenden verminderd, vertelden zij eerder.

Celstraf voor Steven van H. en Mattias T.

Steven van H. en Mattias T. kregen half juni 502 dagen gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk. Een deel van de straf hebben de mannen in voorarrest uitgezeten. Daarom zijn zij op vrije voeten en zijn ze onlangs teruggekeerd naar huis.  

Als de mannen opnieuw de fout in gaan, moeten ze nog een jaar de cel in. Ze kregen ook een taakstraf van 240 uur. Daarnaast moeten zij zich aan bijzondere voorwaarden houden zoals het vermijden van contact met kinderen en het volgen van een behandeling.

Hoe het toezicht en de controle op de mannen er precies uitziet vanuit de gemeente en reclassering, weet de buurt niet en dat baart hen zorgen. De gemeente Den Bosch kan vanwege de privacy weinig tegen omwonenden zeggen over de zaak. 

In de brief doet opa Harrij daarom een oproep naar de gemeente om te kijken wat zij wél kunnen doen en communiceren. "Ik wil geen eigen rechter spelen. Ik wil niemand aan de schandpaal nagelen. Maar ik vind wél dat we als samenleving de moeilijke vraag mogen stellen hoe we omgaan met veroordeelde zedendelinquenten wanneer zij terugkeren naar een omgeving met veel kinderen", schrijft hij.

Zo houdt reclassering toezicht

Reclassering Nederland wil niet ingaan op de voorwaarden waar de pleegvaders zich aan moeten houden en hoe het toezicht op hen eruit ziet. Wel legt Reclassering Nederland uit hoe toezicht op veroordeelde zedendelinquenten in het algemeen werkt.

Als de rechter bijzondere voorwaarden oplegt, komt reclassering in beeld voor toezicht. Bij zedenzaken kunnen daarnaast extra voorwaarden gelden. Denk aan controle op online activiteiten of een gebiedsverbod rond plekken waar veel kinderen komen. "Het doel is altijd om nieuwe slachtoffers te voorkomen", laat reclassering weten. Wel benadrukt de organisatie dat zij veroordeelden niet voortdurend kan volgen.

COSA-aanpak
Daarom is er ook een meldplicht. "Dat is, afhankelijk van de intensiteit van het toezicht want dat is maatwerk, in het begin meestal 1 keer per week. Dat contact kan bij iemand thuis zijn of bij ons op kantoor", legt een woordvoerder uit. Ook wordt soms de zogeheten COSA-aanpak ingezet om de kans op herhaling te verkleinen. Daarbij vormt een groep getrainde vrijwilligers, samen met professionals, een sociaal netwerk rond een veroordeelde. Zij bieden steun, maar houden ook een vinger aan de pols en trekken aan de bel als er zorgen zijn.

Daarnaast kan een behandelverplichting gelden, waarbij iemand verplicht bij een (forensische) zorginstelling onder behandeling moet. Reclassering ziet erop toe dat iemand naar de afspraken gaat en bespreekt op hoofdlijnen de voortgang met behandelaren.

'Opjagen werkt averechts'
Reclassering richt zich dus op re-integratie van de dader. Controle en begeleiding zijn daarin cruciaal. De kans op recidive wordt volgens de organisatie groter als mensen in een sociaal isolement komen, bijvoorbeeld doordat zij opgejaagd worden.

"Emoties die spelen in een buurt zijn begrijpelijk, maar het opjagen van daders kan helaas een averechts effect hebben op het herhalingsrisico", legt een woordvoerder uit. "Overigens is de kans op recidive bij zedendaders klein, vergeleken met andere delicten. De meeste plegers van seksuele misdrijven hebben geen seksuele voorkeur voor kinderen. En de meeste misdrijven worden niet gepleegd in een buurt of bij school."

De gemeente Den Bosch laat weten dat er bij vragen en verzoeken vanuit de buurt altijd gekeken wordt naar wat er wel en niet mogelijk is. Ook wordt er extra gesurveilleerd bij het huis en wordt de situatie continu gemonitord. "Als de omstandigheden daar aanleiding toe geven, wordt opnieuw beoordeeld of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn."

Lees in dit artikel de hele reactie van de gemeente en van Steven van H. en Mattias T. zelf.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.