Meer Q-koortsdoden dan gedacht, 'Mogelijk geen 95 maar 138 dodelijke slachtoffers'

EINDHOVEN - Er zijn waarschijnlijk veel meer Q-koortsdoden gevallen dan gedacht. Dat meldt ZEMBLA. Dit onderzoeksprogramma heeft bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de gegevens opgevraagd van nabestaanden die een beroep hebben gedaan op de tegemoetkoming Q-koortspatiënten. Als alle aanvragen goedgekeurd worden, zijn er 138 dodelijke slachtoffers gevallen door Q-koorts. Tot nu toe zijn 95 dodelijke slachtoffers geregistreerd.

"Als je mij in 2010 had gevraagd of ik dacht dat er in 2018 nog mensen zouden overlijden aan Q-koorts, was mijn antwoord nee geweest. Maar er komen nog steeds chronische Q-koortspatiënten bij en er overlijden nog steeds mensen aan", zei internist-infectioloog Chantal Bleeker, van het bij de database betrokken Radboudumc, eerder tegen Omroep Brabant.

Infectieziekte
Q-koorts brak in 2007 uit bij een geitenboerderij in Herpen. De infectieziekte kan van dieren overgaan op mensen. In Nederland zijn besmette melkgeiten en melkschapen de bron van de ziekte bij mensen. De meeste mensen lopen Q-koorts op door het inademen van lucht waar de bacterie in zit, tijdens de lammerperiode (februari tot en met mei) van geiten en schapen. Dat betekent dat mensen besmet kunnen worden door dieren die de bacterie bij zich hebben.

LEES OOK: Q-koorts eiste al 95 levens: 'En er komen nog steeds chronische patiënten bij'

In de aanvragen voor de tegemoetkoming door nabestaanden zijn alleen de besmettingen tussen 2007 en eind 2011 meegenomen. Alle slachtoffers die later geïnfecteerd zijn, zijn dus niet geregistreerd door het ministerie. Bovendien is niet van ieder slachtoffer bewezen dat het overlijden veroorzaakt is door een Q-koortsbesmetting. Ook deze slachtoffers ontbreken in de cijfers van het ministerie.

LEES OOK:Ook 15.000 euro voor nieuwe slachtoffers Q-koorts

Uit een nieuwe grote screening onder patiënten met een risicoprofiel moet blijken of er veel meer Q-koortsbesmettingen in Nederland zijn dan gedacht. Het nieuwe onderzoek start deze week onder de patiënten van acht grote huisartsenpraktijken in Brabant, de provincie waar in 2007 een grote Q-koortsuitbraak was. Na een proefperiode van acht weken wordt het onderzoek uitgebreid naar vijfhonderd huisartsenpraktijken in heel Nederland.

Doel is om te kijken of bij de 50.000 mensen met een risicoprofiel de Q-koortsbacterie aanwezig is in de bloedvaten. Daardoor is ook beter vast te stellen wat het aantal werkelijke slachtoffers van Q-koorts is geweest en kunnen nieuw ontdekte patiënten zo snel mogelijk worden geholpen.

Voormalig huisarts en Q-koortsdeskundige Olde Loohuis zegt al jaren dat er meer slachtoffers zijn dan altijd is aangenomen. Deze huisarts was de eerste die Q-koorts onder zijn patiënten in Herpen vaststelde. "Ik hoop dat het nieuwe onderzoek ervoor zorgt dat we patiënten eerder kunnen helpen. Hoe eerder we erbij zijn hoe beter we Q-koorts kunnen aanpakken."

Mogelijk blijkt uit dit nieuwe onderzoek dat er veel meer slachtoffers zijn dan eerder werd aangenomen. Dat zou dan betekenen dat de schade door de Q-koortsuitbraak veel groter is dan gedacht.

Meer over dit onderwerp:
ZEMBLA Q-KOORTSPATIENTEN Q-KOORTS Q-KOORTSDODEN
Deel dit artikel: