Bestaat hét Brabantse dialect? Berregs en Boksmeers klinken compleet anders
'Het Brabants' bestaat niet. Dat concludeert Jos Swanenberg. Hij is professor in de Brabantse taal en heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de dialecten uit de provincie. "Het dialect verandert compleet wanneer je de provincie doorkruist", zegt hij. Samen met verslaggever Jan Peels nam hij de proef op de som en reisde van het oosten naar het westen om met eigen oren te ervaren hoe sterk de dialecten verschillen.
Om te begrijpen waarom er zo'n grote verscheidenheid aan Brabantse dialecten bestaat, moeten we terug in de tijd. "Brabant is niet altijd één geheel geweest", legt Swanenberg uit. "Heel lang bestond het uit verschillende delen, met grote verschillen op gebieden als politiek, economie en recht. Dat heeft allemaal effect op de taal die er gesproken wordt."
Het Beste van Brabant
Dit verhaal komt uit een reportage uit 2024 die op 11 augustus opnieuw werd uitgezonden in de serie 'Het Beste van Brabant'. De aflevering is hier terug te kijken. Kijk je liever de volledige serie terug? Klik dan hier.
Brabant+ is gratis en zonder account te gebruiken.
Het dorp Boxmeer, gelegen in de gemeente Land van Cuijk, is daarvan een goed voorbeeld. "Dat gebied is heel lang geen onderdeel van Brabant geweest. Dat hoor je nog steeds terug in het dialect dat men daar spreekt." Het is een interessant dialect, vindt de taalkundige. "Het is heel anders dan in de rest van Oost-Brabant, laat staan van West-Brabant."
In Boxmeer legt Mientje Wever, schrijfster en vertelster in het plaatselijke dialect, uit dat het 'Boksmeers' veel gebruikmaakt van de ie-klank. "Mien knij doet zo'n pien", klinkt haar voorbeeld. "De ij is bij ons de ie, de ui is de u." Het blijft niet alleen bij de klanken. "We hebben ook compleet andere woorden. Pubers noemen we wöölese en een klein menneke is een klutje." En dan hebben we nog ingsullu: "Dat is Boksmeers voor 'uiteindelijk'."
"Een klutske is bij ons een bietje."
Honderdvijftig kilometer verder naar het westen, in Bergen op Zoom, spreken ze weer een heel ander dialect: het 'Berregs'. “Het is een gebied waar de dialecten heel anders zijn, zowel op het gebied van klanken als woorden.” Ook dat heeft een historische basis, weet Swanenberg. “West-Brabant lag tussen Antwerpen en Rotterdam in. Het heeft daardoor zowel Vlaamse als Hollandse invloeden.” Bovendien vestigden eeuwen geleden veel mensen uit de Antwerpse Kempen zich in de regio, terwijl de oorspronkelijke bevolking juist wegtrok vanwege de vele overstromingen die het gebied teisterden.
In Bergen op Zoom neemt Jos direct de proef op de som: “We waren in Boxmeer vandaag en nu zijn we hier. We waren nogal aan de late kant, maar ingsullu zijn we hier toch aangekomen.” Cees van Broekhoven, voorzitter van dialectgenootschap De Berregse Kamer, kijkt alsof hij water ziet branden. Van ingsullu heeft hij nog nooit gehoord. Toch heeft hij door de context wel een idee wat het betekent: “Uiteindelijk?” Een klutje is hem ook niet bekend. “Een klutske is bij ons een bietje. Een kleine jongen is in het Berregse dialect een kulleke.”
"Wij zeggen geen houdoe, maar oudoe."
Het meest opvallende is dat men in Bergen op Zoom niet met de welbekende zachte G praat. “Toch hebben we eerder de Zachte G-prijs gewonnen met ons dialectgenootschap”, lacht Cees.
En er is meer wat afwijkt van het Brabants zoals we dat vooral kennen: “Wij zeggen geen houdoe, maar oudoe, zonder de H. Wij spreken de H niet uit: je laat een ondje uit en je gaat naar uis.” Naast oudoe kent het Berregs nog een andere manier van afscheid, vertelt Cees: “Wij zeggen selu. De Fransen zeggen 'salut', maar bij ons is het dus net een beetje anders.”
Op 7 juli werd de Dag van de Zachte G gevierd, een dag die in het teken staat van het Brabanderschap en de zachte G die kenmerkend is voor vrijwel de hele provincie. Hoe die dag eraan toe ging, lees je terug in het liveblog van die dag.

