Een frietje werd een levensmissie: frietbakkers krijgen Oekraïense 'Oscar'
Dat 'de Brabantse frietbakkers Franky en Coen' friet bakten aan de Oekraïense grens voor oorlogsvluchtelingen lijkt alweer heel lang geleden. In die vier jaar zijn de helden achter de frituur enorm gegroeid in hun hulpverlening. Die inzet wordt zondag 20 september beloond met een Oekraïense onderscheiding, de Oekraïense Orde van Sint-Panteleimon, een soort Oscar voor hulpverleners.
De frietkar is er nog steeds, maar daar is inmiddels opvanghuis The Holland House bij gekomen en een tweede opvang is in aanbouw. Hier kunnen kunnen mensen zonder onderdak terecht. Daarnaast is er een eigen vrachtwagen waarmee geregeld hulpgoederen van Nederland naar Oekraïne gebracht worden, naast vrachtwagens van andere hulpinstanties. Dan is er ook nog een documentaire over de twee Brabanders gemaakt en er is een tv-serie 'Patatje Hoop'.
"We gaven het meisje aan de kassa nog fooi. Een paar seconden later was ze er niet meer."
Franky van Hintum uit Helmond en Coen van Oosten uit Waspik weten niet van stoppen ondanks dat ze ook zelf in gevaarlijke situaties terechtkomen. In 2023 was er een raketaanval op een restaurant waar ze zaten te eten. "We gaven het meisje aan de kassa nog fooi. Een paar seconden later was ze er niet meer. Dat is niet te bevatten. Het is het bewijs dat onze reis nog nodig is", zei Coen er toen over.
Nu zijn de twee 50-plussers net weer een paar dagen terug in eigen land. Ook nu zijn er weer indrukwekkende en verdrietige verhalen te vertellen. Het dieptepunt was vorig jaar toen ze hun dierbare vrienden Ghenja en Alyona verloren. Ghenja was cameraman Alyona journalist en ze werkten veel met hen samen. "Ze waren als familie voor ons", zegt Coen. "Het was een gerichte drone-aanval op hun auto."
"Onze dronemelder ging af en we renden alle kanten uit."
"De drones zijn overal en worden vooral tegen burgers ingezet. Laatst maakten we het weer van dichtbij mee", vertelt Franky."Drie keer zelfs in twee weken. De eerste keer vloog een drone over het huis waar we waren en even later vloog het weer over ons terug zonder inslag. Toen sloeg een drone in een fabriek waar we net voorbij reden.
"De derde keer was het engst", gaat Franky verder. "Onze dronemelder piepte. We vluchtten allemaal een andere kant op, dat is de afspraak. Toen klonk twee seconden later een enorme knal. De drone was ingeslagen in een auto honderd meter verder. De bestuurder was al uitgestapt maar overleefde het niet door alle rondvliegende scherven. Dit hebben we allemaal op beeld. Dit ga ik laten zien, als het niet in onze tv-serie is dan doe ik het op onze sociale media."
"Iedere dag slaan er in Cherson vijftig drones in. Laat dat eens doordringen. Iedere dag."
Franky klinkt nu ferm. "Mensen moeten weten wat er gebeurt. Er slaan iedere dag vijftig drones in in Cherson. Laat dat eens doordringen. Bij iedere inslag vallen vooral burgerslachtoffers. Als ze het al overleven zijn ze van alles kwijt, hun familie, hun huis hun spullen en dat vijftig keer per dag. Het stoort me dat je daar in Nederland zo weinig over hoort. De aandacht is weg. De instantie waar wij mee samenwerken ontvangt nog maar 3 procent van de hulp die ze in het eerste oorlogsjaar ontving. Dat vind ik onvoorstelbaar en enorm pijnlijk."
Franky en Coen piekeren er daarom niet over om te stoppen met het helpen van Oekraïners ondanks al het gevaar. "We merken dat de hulp een stuk minder is geworden dan een paar jaar geleden", ziet ook Coen. "Wij helpen niet alleen de slachtoffers, we willen ook laten zien aan de buitenwereld wat er gebeurt."
"We maken zoveel mensen blij, dat is onbetaalbaar."
De drive om te helpen is alleen maar gegroeid. "In het grote plaatje zijn wij maar een druppel op een gloeiende plaat, maar persoonlijk maken we zoveel mensen blij", vertellen beide mannen. "De ene keer met een simpel frietje, de andere keer door iemand onderdak te geven die alles verloren heeft. Dit is onbetaalbaar en helaas lijkt het er steeds vaker op dat wanneer wij het niet doen, niemand het doet."
