Wéér twee gemeenten op het matje bij minister vanwege te weinig asielopvang
Asielminister Bart van den Brink heeft opnieuw gemeenten aangewezen die onder verscherpt toezicht komen te staan omdat ze te weinig asielzoekers opvangen. Bergeijk en Best zijn maandag toegevoegd aan de lijst, die landelijk is opgelopen naar 74 gemeenten.
De gemeenten Bergeijk en Best moeten op het ministerie komen uitleggen hoe ze alsnog aan de Spreidingswet gaan voldoen. Lukt dat niet, dan kan het Rijk uiteindelijk ingrijpen en buiten de gemeente om beslissen waar een asielopvang komt.
Landelijk zijn er maandag elf gemeenten toegevoegd aan de lijst, die inmiddels in opgelopen tot 74 gemeenten. Naast Best en Bergeijk moeten ook Dantumadiel en Noardeast-Fryslân in Friesland, Elburg, Neder-Betuwe en West Betuwe in Gelderland, Castricum in Noord-Holland en Gennep, Mook en Middelaar en Roerdalen in Limburg op het matje komen bij de minister.
Eerder werden twaalf andere Brabantse gemeenten onder verscherpt toezicht gesteld. Altena, Bernheze, Bladel, Heusden, Eersel, Sint-Michielsgestel, Steenbergen, Gemert-Bakel, Valkenswaard, Vught, Boekel en Halderberge kwamen op de lijst.
Gemeente passeren
Volgens de Spreidingswet moeten gemeenten zorgen voor een vastgesteld aantal opvangplekken voor asielzoekers. Als een gemeente ook tijdens het actieve toezicht niet genoeg doet om die plekken te regelen, kan het Rijk uiteindelijk die taak overnemen.
Dat heet een indeplaatsstelling. Het Rijk kan dan op kosten van de gemeente maatregelen nemen om alsnog aan de wettelijke verplichting te voldoen.
Het is de zwaarste maatregel die CDA-minister Van den Brink kan inzetten. Sinds de invoering van de Spreidingswet in 2024 is het nog niet zover gekomen. Toch lijkt ingrijpen in Brabant moeilijk te voorkomen, concludeerde Omroep Brabant eerder in een analyse.
Nog duizenden plekken nodig
Veel Brabantse gemeenten stellen namelijk zulke strenge voorwaarden aan asielopvang dat het lastig wordt om hun wettelijke opgave te halen. Zo willen gemeenten bijvoorbeeld vooral kleine of tijdelijke opvanglocaties, terwijl voor de Spreidingswet juist plekken nodig zijn die langere tijd beschikbaar blijven.
Brabantse gemeenten moeten samen zorgen voor ruim 13.000 opvangplekken die vanaf 1 juli 2027 tot en met eind 2028 beschikbaar zijn. Begin september stond de teller op iets meer dan 6000 gerealiseerde plekken.
Het aantal opvangplekken moet dus nog ruim verdubbelen.
